Een ode aan mijn moeder op de IC
Na vijftien IC-opnames herinner ik me nog steeds veel. Ik heb doodsangsten uitgestaan. Momenten gehad waarop ik dacht dat ik zou stikken. Dat ik misschien deze afdeling nooit meer zou verlaten. Dat zijn herinneringen die je niet zomaar kwijtraakt.
Wat ik me ook herinner, is dat mijn moeder altijd naast mijn bed zat. Gewoon naast mij, met haar hand op de mijne. En gek genoeg zijn dat precies de momenten die het meest zijn blijven hangen.
Wanneer je wereld ineens heel klein wordt
Een opname op de intensive care maakt je wereld klein. Ineens draait alles om overleven. Om ademhalen. Om de volgende dag halen. Je bent afhankelijk van artsen, verpleegkundigen, medicijnen en apparatuur. Anderen bepalen je dagritme. Alles staat in het teken van je gezondheid. Dat is noodzakelijk, maar het doet ook iets met je. Je wordt patiënt.
En soms voelde het alsof alles wat mij mij maakt, naar de achtergrond verdween. Ik herinner me hoe kwetsbaar ik me voelde. Hoe mijn lichaam niet meer deed wat het moest doen. Hoe ik moest vechten voor iets wat normaal vanzelf gaat: ademhalen.

De kracht van iets kleins
En juist op zo’n plek als de IC worden kleine dingen groot. Het zijn niet de dingen waarvan je denkt dat je ze later zult onthouden, maar de ogenschijnlijk gewone momenten. Zoals mijn moeder die naast me zat.
Haar stem die vertrouwd klonk in een omgeving waar alles vreemd voelde. De rust die ze meebracht zonder daar moeite voor te hoeven doen. Soms praatte ze tegen me. Soms zaten we gewoon stil naast elkaar. Soms was er niets meer nodig dan haar aanwezigheid.
Want ze kon niks oplossen. Ze kon mijn immuunsysteem niet beter maken. En ze kon de uitslagen niet veranderen. Maar ze bracht iets terug wat ik dreigde kwijt te raken: het gevoel dat ik meer was dan een patiënt. Dat ik nog steeds een dochter was. Nog steeds mezelf.
Sterk zijn terwijl je bang bent
Want als patiënt krijg je vaak veel aandacht, mensen zien je strijd. Maar de naasten die aan het bed staan, voeren vaak een minstens zo moeilijke strijd, alleen veel stiller. Zij zien hoe iemand van wie ze houden lijdt. Ze moeten wachten, hopen en volhouden. En ondertussen proberen ze sterk te blijven. Soms is machteloos toekijken misschien wel de zwaarste rol van allemaal.
Nu ik ouder ben, vraag ik mezelf af hoe dit voor haar moet zijn geweest. Om je kind zo te zien liggen, kwetsbaar, afhankelijk en naar adem happend. Niet wetend hoe het verder zou gaan en of het misschien ooit goed zou komen? En toch bleef ze komen. Elke dag weer. Niet omdat het makkelijk was, maar juist omdat het dat niet was. Ze was er, voor mij
Aanwezigheid is ook zorg
Zorg is meer dan een medische behandeling. Zorg zit ook in aanwezigheid en in blijven zitten als er niets te zeggen valt. In een hand die de jouwe vasthoudt. In een vertrouwde stem tussen alle geluiden van een intensive care. In er zijn, ook als je niet weet wat je moet doen. In blijven zitten naast een bed, terwijl je van binnen misschien duizend dingen voelt. Ik denk dat we soms onderschatten hoe belangrijk die kleine dingen zijn.
Familie en naasten zijn geen bijzaak op de IC. Ze brengen namelijk iets wat geen apparaat, medicijn of behandeling kan geven: menselijkheid. Soms denken we dat we iets moeten doen om van betekenis te zijn, maar op de moeilijkste momenten van het leven blijkt het tegenovergestelde vaak waar. Er zijn, is genoeg.
Voor mijn moeder
Mama, ik weet niet of ik je ooit heb kunnen laten merken hoeveel het voor me betekende. Misschien kon ik dat ook helemaal niet op dat moment. Maar nu weet ik het wel.
Jij was mijn rust, toen alles onrustig voelde. Mijn houvast, toen ik die zelf even kwijt was. Mijn stukje thuis, in een wereld die allesbehalve vertrouwd was. Ik vocht daar voor mezelf, maar jij vocht op jouw manier met mij mee.
Dank je wel dat je bleef. Gewoon daar. Naast mij.
Voor iedereen naast een IC bed
En voor iedereen die iemand op de IC heeft liggen, of ook daar aan een bed zit: weet dat jouw aanwezigheid ertoe doet. Zelfs als het klein voelt. Zelfs als je denkt dat je niet genoeg kunt doen.
Soms is er zijn, het grootste wat je kunt geven.
Over Eline
Eline studeerde HBO Hotelmanagement en haalde haar Bachelor cum laude, midden in een periode waarin ze vaker in ziekenhuiskamers zat dan ze ooit had kunnen bedenken. Tegen alle verwachtingen in, en misschien ook een beetje tegen haar eigen, vond ze daarna meerdere plekken in het werkende leven. Nu werkt ze als commercieel projectmanager bij een HR-organisatie en is ze ook auteur. Twee banen waarin ze haar enthousiasme, mensenkennis en nuchterheid kwijt kan. Maar wat misschien nog wel belangrijker is: ze werkt op een manier die past bij haar lichaam en haar grenzen. Ze plant slim, verdeelt haar energie zorgvuldig en zegt sneller nee dan vroeger, omdat ze inmiddels weet hoe kostbaar een dag zonder strijd kan zijn. Dingen die vroeger vanzelfsprekend waren, een studie afronden, een baan hebben, meedoen in de wereld, voelen nu als prestaties om écht trots op te zijn. En in haar vrije tijd zit ze graag op de racefiets, vind je haar in de keuken of geniet ze van een wandeling in de natuur of aan zee.

