Als je op de IC hebt gelegen, onthoud je niet elke dag. Sommige dagen vervagen, andere blijven je bij alsof het gisteren was. Wat ik me wél altijd zal blijven herinneren, zijn de mensen. Niet de machines, niet de schermen, niet de protocollen. De mensen die op de een of andere manier het verschil maakten tussen overleven en je nog een klein beetje mens voelen. En juist omdat die mensen zoveel invloed hebben, blijft ook het tegenovergestelde bij me hangen. 

“Kijk maar even de andere kant op” 

We reden op een bed door de gang van de IC. Er lagen patiënten aan de beademing, zichtbaar voor iedereen die voorbijkwam. De verpleegkundige naast me zei op dat moment iets simpels: kijk maar even de andere kant op. 

Ze wist dat ik niet thuishoorde in deze wereld. Dat ik geen verpleegkundige was, geen arts, niet iemand die dit dagelijks zag en er een manier van omgaan mee had gevonden. Voor mij was dit beeld nieuw, zwaar, confronterend. Ze zag dat, nog voordat ik het zelf goed besefte, en beschermde me ertegen. Geen groot gebaar, geen uitgebreide uitleg. Gewoon een paar woorden, precies op tijd. En ik ben haar daar zo dankbaar voor. 

Een kroket na dagen van niets 

Na een operatie op de IC had ik dagenlang niets gegeten. Op een moment dat ik eindelijk weer trek voelde, was er een verpleegkundige die dat zag. Ze regelde een kroket voor me. 

Het klinkt misschien klein, maar het was het moment waarop ik me weer een beetje mens voelde in plaats van een patiëntendossier. Iemand had gezien dat ik weer trek had, en had daar iets mee gedaan. Dat gevoel, gezien worden in iets zo simpels als trek, is een gevoel dat ik nooit meer vergeet. 

Even inchecken na het onmogelijke  

Ik herinner me nog goed dat mijn kamergenoot werd gereanimeerd. Het mocht niet baten. Kort daarna kwam er een verpleegkundige even bij me langs. Geen lang gesprek, geen uitgebreide uitleg over wat er gebeurd was, maar gewoon de vraag hoe het met mij ging. 

Dat kleine moment van aandacht, vlak nadat er iets vreselijks was gebeurd op een paar meter afstand van mij, deed meer dan ze waarschijnlijk besefte. Ik voelde me niet aan mijn lot overgelaten in een omgeving die op dat moment overweldigend zwaar was. 

En dan de andere kant 

Al deze momenten hebben met elkaar gemeen dat ik me gezien voelde als mens. Dat is, denk ik, het allerbelangrijkste gevoel dat een patiënt kan hebben. Niet alleen medisch goed behandeld worden, maar ook gezien worden in wat een situatie met je doet. 

Precies daarom raakte een ander moment me juist zo hard. Er was een IC-verpleegkundige jarig. Vanuit de personeelskamer klonk hard “lang zal ze leven”. Kort daarvoor werd er bij een patiënt de beademing uitgezet. Ik zag de mensen van het mortuarium voorbijlopen. 

‘Lang zal ze leven’, terwijl er net een leven eindigde op nog geen paar meter afstand… 

En tuurlijk mogen verjaardagen gevierd worden van collega’s. Maar het contrast van dat moment liet me iets voelen dat ik niet snel vergeet: dat er, midden in het intiemste moment van een ander leven, geen besef leek te zijn van wat er om de hoek gebeurde. 

Dezelfde kwetsbaarheid, jaren later 

Telkens blijf ik merken hoezeer een verpleegkundige de toon kan zetten voor hoe een patiënt zich voelt, ook buiten de IC.  

Onlangs ben ik geopereerd aan een peesontsteking in mijn hand. De ingreep zelf verliep goed, maar een paar dagen later begon de wond te veranderen. Roder, warmer, pijnlijker. Ik belde de huisartsenpost. Zij vertrouwden het niet en stuurden me door naar mijn academische ziekenhuis. Dat is precies zoals het zou moeten gaan: bij twijfel doorverwijzen, liever een keer te veel dan te weinig. Ik was gerustgesteld toen ik in de auto stapte. Eindelijk iemand die het serieus nam. 

Die geruststelling duurde niet lang.

Bij aankomst werd ik geholpen door een verpleegkundige. Nog voordat ze mijn dossier had geopend, nog voordat ze me iets had gevraagd over mijn medische achtergrond, kwam de eerste opmerking al: dit had ook op de polikliniek beoordeeld kunnen worden. 

Daarna volgde er meer. Ze legde uit dat mensen op de SEH komen als ze niet meer kunnen ademen, met uitstekende botten of met een hartaanval. Niet met een ontstoken hand. Ze herhaalde het een paar keer, alsof ze wilde dat het echt zou landen. Ze zei dat ze geen infuus zou inbrengen, dat deed ze alleen bij mensen die volgens haar “echt ziek” waren. Geen bloeddruk, geen controles, want dat achtte ze niet nodig. En als er mensen binnenkwamen die zieker waren dan ik, moest ik in de wachtkamer plaatsnemen, want mijn klacht had geen haast. 

Ik wist heus wel dat ik niet acuut kwam te overlijden aan een ontstoken hand. Dat was ook niet het punt. Wat ik voelde, was niet het gevoel dat ik jaren eerder op de IC had gevoeld: nu had ik het gevoel dat ik er niet toe deed. Dat ik te veel was voor een plek waar ik, op advies van een arts, naartoe was gestuurd. 

Er was op dat moment nog geen enkel onderzoek gedaan. Geen bloedwaarden, geen beoordeling door een chirurg, niets. En toch was er al een oordeel geveld, alleen op basis van hoe mijn klacht klonk bij binnenkomst. Ik heb haar erop aangesproken. Niet omdat ik boos wilde zijn, maar omdat ik niet wilde weglopen met het gevoel dat ik voor niets was gekomen. 

En toen kwam de uitslag. De chirurg stelde vast dat ik opnieuw een heftige infectie had, eentje die acuut behandeld moest worden. De huisarts had precies goed gehandeld door mij door te sturen. 

De rol die verpleegkundigen spelen 

Verpleegkundigen zijn vaak degenen die het dichtst bij de patiënt staan. Zij zien je op je zwakste momenten, zij zijn er wanneer er niemand anders is, zij bepalen voor een groot deel hoe een ervaring aanvoelt die al zwaar genoeg is. Datzelfde beroep dat me op de IC leerde wat het is om je gezien te voelen, liet me jaren later ook voelen wat het is om je onzichtbaar te voelen, nog voordat er ook maar één diagnose was gesteld. 

Een paar woorden op het juiste moment, een kroket, een moment van aandacht na iets vreselijks, het maakt allemaal het verschil tussen een patiënt die zich gezien voelt en een patiënt die zich alleen voelt. En andersom geldt precies hetzelfde: een paar woorden op het verkeerde moment, nog voor er iets bekend is, kunnen een patiënt het gevoel geven dat hij niet welkom is, precies op een plek waar hij hoort te zijn. 

Over Eline

Eline studeerde HBO Hotelmanagement en haalde haar Bachelor cum laude, midden in een periode waarin ze vaker in ziekenhuiskamers zat dan ze ooit had kunnen bedenken. Tegen alle verwachtingen in, en misschien ook een beetje tegen haar eigen, vond ze daarna meerdere plekken in het werkende leven. Nu werkt ze als commercieel projectmanager bij een HR-organisatie en is ze ook auteur. Twee banen waarin ze haar enthousiasme, mensenkennis en nuchterheid kwijt kan. Maar wat misschien nog wel belangrijker is: ze werkt op een manier die past bij haar lichaam en haar grenzen. Ze plant slim, verdeelt haar energie zorgvuldig en zegt sneller nee dan vroeger, omdat ze inmiddels weet hoe kostbaar een dag zonder strijd kan zijn. Dingen die vroeger vanzelfsprekend waren, een studie afronden, een baan hebben, meedoen in de wereld, voelen nu als prestaties om écht trots op te zijn. En in haar vrije tijd zit ze graag op de racefiets, vind je haar in de keuken of geniet ze van een wandeling in de natuur of aan zee.

Back To Top