‘’Jij ziet er weer goed uit, fijn dat het weer helemaal gaat!’’. Ik glimlach even en ga dan weer door met waar ik mee bezig was. Want dat is vaak hoe het gaat. Vanbinnen zucht ik dan vaak diep. Dat stille vermoeide gevoel van daar gaan we weer. Weer zo’n zin die alles platslaat. Alsof alles wat je ziet betekent dat alles klopt.
Ik merk dat het me vaak overkomt. Op werk of bij vrienden of bij mensen die me nauwelijks kennen. Het zijn zinnen die vaak goed bedoeld zijn, maar me telkens weer laten vastlopen. Ik heb geen idee of ik het moet corrigeren, uitleggen of moet laten gaan. En meestal kies ik voor dat laatste, omdat dat het minste energie kost.
Ik ben 22 jaar oud en ik heb de IC (inmiddels 16 keer) overleefd. Dat weten mensen. Of in ieder geval: ze weten dat het is gebeurd, maar wat ze niet zien is alles wat daarna kwam. Dat herstellen niet voelt als ‘’weer beter zijn’’, maar meer als voortdurend afstemmen. Dat ik niet vastzit in wat er is gebeurd, maar het wel elke dag met me meedraag.
De realiteit: goed bedoeld
Ik hoor constant goed bedoelde opmerkingen om me heen: ‘’Het is toch alweer een tijdje geleden? Of: Misschien helpt het als je je er niet te veel op focust.’’. En: ‘’Maar je bent er toch nog? Dat is het belangrijkste.’’’

Dat is ook zo, dat weet ik. Maar soms wil ik gewoon zeggen dat iets vervelend is, zonder dat het meteen gerepareerd hoeft te worden. En ik merk vaak dat de mensen die wat verder van me af staan directer zijn. Op een verjaardag waar iemand vraagt of ik het nou nog geen plekje heb gegeven. Alsof ik het ergens in een la kan opbergen.
Dan zijn er de gesprekken met professionals. Mensen die je spreekt omdat je verwacht dat ze vanuit hun vak begrijpen dat herstel niet zo eenvoudig is, dat ervaringen doorwerken en dat je lichaam en hoofd niet los van elkaar bestaan. Bij het wijkteam hoor ik dan: “Je moet het loslaten. Het is het verleden. Het is gebeurd.” En misschien is dit wel waar ik het meeste op vastloop.
Niet omdat het gemeen bedoeld is, maar omdat ik hier iets anders verwacht. Meer nuance, meer ruimte, misschien zelfs erkenning dat sommige dingen niet verdwijnen door ze rationeel te benoemen. Ik knik, maak aantekeningen en doe wat er van me verwacht wordt, maar ga naar huis met een onrustig gevoel. Omdat het lijkt alsof ik iets fout doe, alsof ik blijf hangen, alsof ik niet genoeg mijn best doe om verder te gaan. Terwijl ik juist elke dag bezig ben met functioneren, aanpassen en meebewegen. Ja, het is gebeurd. Maar het is niet klaar. Misschien maakt dat het zo lastig: dat juist op de plekken waar je hoopt op begrip, je opnieuw moet uitleggen dat je niet vastzit in het verleden, maar er simpelweg mee leeft.
Drie praktische tips voor gesprekken (beide kanten)
Na al die gesprekken merkte ik dat ik vaak met hetzelfde gevoel bleef zitten. Niet omdat mensen iets verkeerd deden, maar omdat ik zelf niet goed wist hoe ik kon reageren zonder mezelf kwijt te raken. En andersom zag ik ook hoe lastig het is voor de ander: wat zeg je wel, wat zeg je niet, hoe help je zonder te fixen? Er is geen handleiding voor dit soort gesprekken, maar er zijn wel kleine dingen die het lichter kunnen maken, voor beide kanten.
- Als het gesprek te snel wordt opgelost
Voor jou:
Je mag het tempo vertragen. Zeg bijvoorbeeld:
“Ik hoef het nu niet opgelost te hebben, ik wilde het alleen even delen.”
Dat haalt de druk van het gesprek af en geeft je ruimte.Voor de ander:
Laat de oplossing even liggen. Reageer met:
“Dank je dat je dit vertelt.”
Vaak is dat al genoeg. - Als iemand zegt: ‘je moet het loslaten’
Voor jou:
Je kunt zacht grenzen stellen met:
“Het loslaten lukt niet altijd, maar ermee leven wel.”
Dat klopt én het sluit het gesprek af.Voor de ander:
Vervang ‘loslaten’ door nieuwsgierigheid. Zeg liever:
“Wat werkt voor jou op dit moment?”
Dat laat ruimte, zonder te sturen. - Als herkenning doorschiet in vergelijking
Voor jou:
Als iemand zegt: “Dat had ik ook,” mag je echt antwoorden:
“Fijn dat je meedenkt, dit voelt voor mij net anders.”
Niet verdedigend, wel duidelijk.Voor de ander:
Herkennen is oké, overnemen niet. Zeg in plaats daarvan:
“Ik kan me er iets bij voorstellen, maar jij ervaart dit op jouw manier.”
Dat voelt gehoord, niet ingelijfd.
En na gesprekken die blijven hangen, ga ik vaak even naar buiten of doe ik iets fysieks zodat mijn hoofd kan volgen. Niet omdat de ander fout zat, maar omdat ik mezelf weer even moet ophalen.
Tot slot
Misschien is het probleem niet dat ik het nog geen plekje heb gegeven. Maar dat we zo graag willen dat alles netjes past.
Sommige dingen zijn niet op te ruimen.
En als je dit leest en jezelf herkent: je hoeft niets te fixen. Je bent al bezig.
Over Eline
Eline studeerde HBO Hotelmanagement en haalde haar Bachelor cum laude, midden in een periode waarin ze vaker in ziekenhuiskamers zat dan ze ooit had kunnen bedenken. Tegen alle verwachtingen in, en misschien ook een beetje tegen haar eigen, vond ze daarna meerdere plekken in het werkende leven. Nu werkt ze als commercieel projectmanager bij een HR-organisatie en is ze ook auteur. Twee banen waarin ze haar enthousiasme, mensenkennis en nuchterheid kwijt kan. Maar wat misschien nog wel belangrijker is: ze werkt op een manier die past bij haar lichaam en haar grenzen. Ze plant slim, verdeelt haar energie zorgvuldig en zegt sneller nee dan vroeger, omdat ze inmiddels weet hoe kostbaar een dag zonder strijd kan zijn. Dingen die vroeger vanzelfsprekend waren, een studie afronden, een baan hebben, meedoen in de wereld, voelen nu als prestaties om écht trots op te zijn. En in haar vrije tijd zit ze graag op de racefiets, vind je haar in de keuken of geniet ze van een wandeling in de natuur of aan zee.

