skip to Main Content

Achtergrondinformatie bij de powerpoint presentatie PICS en PICS-F door de werkgroep IC-nazorg van Stichting FCIC

Deze informatie hoort bij de powerpoint presentatie over het Post-intensive Care Syndroom (PICS en PICS-familie) die door de werkgroep IC-nazorg van de Stichting FCIC is gemaakt. Deze presentatie kan gebruikt worden om binnen de eigen organisatie artsen, verpleegkundigen en paramedici te scholen over de lange termijn gevolgen van kritieke ziekte en intensive care behandeling.

Via info@fcic.nl kunnen de in dit document genoemde artikelen opgevraagd worden die niet via open acces via internet te vinden zijn.

De powerpoint kan in zijn geheel worden gebruikt, maar er kan ook een selectie van dia’s worden gebruikt als basis voor een presentatie. Zo kunnen dia 3/m7 (IC- cijfers Nederland) of dia 27 t/m 31 (delirium) eventueel weggelaten worden. In de presentatie zijn citaten van patiënten en naasten opgenomen. Deze citaten zouden eventueel achterwege gelaten kunnen worden.

Deze powerpoint kan alleen gebruikt worden met logo van FCIC en onder vermelding Werkgroep IC-nazorg Stichting Family and Patient Centered Intensive Care. Deze Stichting is een samenwerkingsverband van ic-professionals, wetenschappers en ic-ervaringsdeskundigen. FCIC heeft tot doel “samen de impact van een ic-opname te beperken”. Het wil een platform bieden waarin kennis en informatie wordt gedeeld en uitgewisseld. Deze powerpointpresentatie beoogt de kennisoverdracht over het PICS en PICS-F binnen de gezondheidszorg te bevorderen.

Een keer per jaar zal de powerpoint presentatie naar de laatste stand van zaken worden aangevuld. U kunt uw reacties en suggesties hiertoe sturen naar: info@fcic.nl

Basisinformatie:

https://www.ntvg.nl/artikelen/langetermijnuitkomsten-van-ic-behandeling (januari 2016)

Achtergrond informatie powerpoint presentatie PICS en PICS-F Werkgroep IC-nazorg Stichting FCIC 22 maart 2016

Post-intensive care syndrome: Right care, right now…and later. Harvey et al. Crirical Care Medicine feb 2016 (http://journals.lww.com/ccmjournal/Citation/2016/02000/Postintensive_Care_SyndromeRight_Care,_Right.18.aspx)

The postintensive care syndrome of survivors of critical illness and their families Annemiek Wolters, et al, Journal of Critical Nursing 2014 https://player.fm/series/icritical-care-all-audio/sccm-pod-303-post-intensive-care-syndrome-truth-about-consequences-right-care-right-now-and-laterICU-Liberation: Post-Intensive Care Syndrome https://www.youtube.com/watch?v=K8ZYKISRy8k&feature=share

Dia 3t/m 7: Enkele belangrijke gegevens over de Nederlandse intensive care zorg 2014
Zie de website van Stichting NICE (Nationale Intensive Care Evaluatie) voor achtergrond informatie over de ic-populatie 2014, uitkomst resultaten van vier verschillende subgroepen en de pilot registratie naar de lange termijn overleving van ic-patiënten.

Stichting NICE verzorgt de continue en complete registratie van alle beschikbare data van deelnemende IC afdelingen, met als doel het monitoren en optimaliseren van de kwaliteit van IC zorg.
http://www.stichting-nice.nl/doc/jaarboek-2014-web.pdf

Dia 4,5,6 kunnen eventueel achterwege gelaten worden.

Dia 7: Ongoing-mortality
Tijdens de ic-opname overleed in 2014 van de bijna 87.000 patiënten 8,8 %.
Er is een hoge ongoing-mortality: de kans op sterfte blijft in het eerste jaar na ontslag
van de ic hoger dan binnen de normale populatie.
In het ziekenhuis (ic plus verpleegafdeling) overleed in 2014 12,7% van de ic-patiënten. Maar ook na het ontslag uit het ziekenhuis is de kans op overlijden het eerste jaar hoog. Na 1 jaar was van het cohort ic-patiënten uit 2014 22,9% van de ic-patiënten overleden. Dit getal laat ook zien dat de ziektelast in het eerste jaar na de ic-opname hoog moet zijn. Zie: https://www.stichting-nice.nl/doc/jaarboek-2014-web.pdf, bladzijde 43.

Dia 8: Post-intensive care syndroom
In Amerika, waar per jaar ca 6.000.000 patiënten op de ic worden behandeld is de afgelopen jaren duidelijk geworden hoe groot de problemen na een ic-opname kunnen zijn. In 2012 zijn er door de Amerikaanse intensivisten vereniging SCCM (Society of Critical Care Medicine) in een Stakeholdersbijeenkomst de syndromen Post-intensive care syndroom (PICS) en Post-intensive care syndroom bij familie (PICS-F) gedefinieerd.

Gegevens hoe veel ic-patiënten per jaar PICS zullen krijgen zijn in Nederland nog niet voorhanden. Stichting NICE startte in 2014 een pilot IC_nazorg, oa met het doel zicht te krijgen met welke problemen ex-ic-patiënten te maken krijgen

Zie onderstaande artikelen: deze behoren tot de basisliteratuur die je moet lezen.: http://www.researchgate.net/publication/51673741_Needham_DM_Davidson_J_Cohen_H_et_al._Improving_lonterm_outcomes_after_discharge_from_intensive_care_unit_Report_from_a_stakeholders_conference

http://medischcontact.artsennet.nl/archief-6/Tijdschriftartikel/143220/Posticsyndroom-wordt-niet-herkend.htm http://www.icudelirium.org/docs/abcdef_educationalslides.pdf
Sterk aanbevolen: https://meducation.net/resources/1730079-ICU-Liberation-Post-Intensive-Care-Syndrome-PICS-

Dia 9: Schema PICS en PICS-F
Niet alle facetten van PICS hoeven aanwezig te zijn, om van het post-intensive care syndroom bij een patiënt te spreken. Een ex-ic-patiënt met alleen cognitieve problemen tgv de kritieke ziekte en de behandeling daarvan heeft PICS, evenals de patiënt met zowel fysieke, als cognitieve als psychische problemen.

Dia 10 en 11: Lichamelijke klachten
De problemen die ic-patiënten na ontslag uit de ic kunnen ervaren worden mooi beschreven in de voorlichtingsfolder van het Radboud UMC: http://www.fcic.nl/files/3214/3326/8127/Brochure_Uw_herstel_na_IC_opname_maart_2015_definitief.pdf
en in de Nederlandse vertaling van de voorlichtingsbrochure van ICUsteps: Informatie voor de patiënt en naasten ‘, vertaald door Trudi Boeter, ICU verpleegkundig Erasmus UMC: http://www.fcic.nl/files/8614/3326/7050/130107-Nederlandse-vertaling-ICU-steps-1.pdf

Spierzwakte is een belangrijke reden voor kortademigheid (spierzwakte diafragma en ademhalingsspieren tgv beademing) en voor de slikproblemen.

Dia 12 t/m 21: ICU acquired weakness (ICUAW).
De ernstige spierzwakte waarmee veel intensive care patiënten te maken krijgen, heeft verschillende oorzaken, die tegelijkertijd kunnen optreden:
spieratrofie en de ICU acquired weakness.

Dia 12: Spierzwakte: meerdere oorzaken
Spieratrofie is het kleiner en dunner worden van de spiervezels door
• het langdurig niet gebruiken (zoals je ook ziet ontstaan bij een gebroken arm of bij het bedlegerig zijn tgv. bijvoorbeeld de griep. Dit heet disuse-atrophy).
• ten gevolge van ondervoeding.

Dia 13: Disuse-atrofy
laat een voorbeeld zien van spierbiopten van het diafragma bij patiënten 2-3 uur na starten beademing (control) en na 18-69 uren beademing.
Duidelijk is te zien dat tgv de beademing (cq het niet-zelf gebruiken van de middenrifspier) de doorsnede van de spiervezels sterk zijn afgenomen.
Uit: “Rapid Disuse Atrophy of Diaphragm Fibers in Mechanically Ventilated Humans. Sanford Levine, et al.” NEJM, march 2008 http://www.nejm.org/doi/pdf/10.1056/NEJMoa070447

Dia 14: Oude en nieuwe termen
Naast de spierzwakte veroorzaakt door het niet gebruiken van de spieren en/of ondervoeding wordt spierzwakte bij ic-patiënten veroorzaakt door critical illness neuropathie, critical illness myopathie en/of critical illness neuromyopathie.
Myopathie (spierschade overheerst) en neuropathie (zenuwschade overheerst) komen vaak samen voor. Bij de ic-patient kan het onderscheid tussen myopathie en neuropathie vaak moeilijk gemaakt worden, omdat neurologisch onderzoek vaak niet mogelijk is in verband met bijvoorbeeld coma, beademing, oedeem. Spierbiopten en EMG’s zijn vaak te belastend voor de patiënt.
Deze termen worden daarom niet vaak meer gebruikt, ze zijn vervangen door “ICU- aquired weakness”: spierzwakte tgv kritieke ziekte en de behandeling daarvan.
Voor het begrip dat er zowel schade is ontstaan aan de spieren als aan de zenuwen is,
zijn deze oude termen wel nog bruikbaar.

Dia 15: Pathofysiologie ICU-AW
Figuur uit het review artikel “ICU-Acquired Weakness and Recovery from Critical Illness”. John P. Kress and Jesse B. Hall. (University of Chicago). The New England Journal of Medicine, 2015 http://www.intensivistenopleiding.nl/downloads-22/files/IC%20verworven%20zwakte.pdf

Dit figuur laat de pathofysiologie van ICU-acquired weakness zien: in deel A zie je het verval van spiervezels. Mogelijke mechanismen daarbij zijn ischemie door trombusvorming in de kleinste bloedvaatjes, katabole toestand en immobiliteit/bedlegerigheid/niet bewegen. Deel B laat de polyneuropathie zien. Zenuwuitlopers sterven af door ischemie (zuurstoftekort) ten gevolge van ontsteking en microtrombi in de kleine bloedvaatjes die de zenuwvezels voeden. Daardoor ontstaat ook schade in de natriumkanalen en in de mitochondrieën in de zenuwcellen en –vezels.

Dia 16: ICU-AW treedt vroeg op
“Acute Skeletal Muscle Wasting in Critical Illness”.

Zudin A. Puthucheary Nicholas et al. JAMA, 2013. http://jama.jamanetwork.com/article.aspx?articleid=1879857

Deze dia laat spierbiopten zien bij een ic-patiënt op dag 1 en dag 7. Op dag 1 zijn er normale spiervezels te zien: normale doorsnede, met een duidelijke structuur van de spiervezels. Op dag 6 is er van een normale structuur geen sprake meer, er is spiervezelverval opgetreden.

Dia 17 en 18: Klinische uitingen ICU-AW
Tijdens de ic-opname kan een tetraplegie optreden tgv ICUAW. Kenmerkend is dat de
aangezichtsspieren niet meedoen. In de loop der tijd zullen sommige patiënten herstellen, maar bij anderen kunnen de klachten tot jaren later blijven. Sommige patiënten hebben een dusdanige ICUAW dat het ontwennen van de beademing moeilijk of zelfs onmogelijk is.
ICUAW komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, mogelijk omdat hun spiermassa kleiner is.

Dia 19: ICU AW komt voor bij:
Uit; “ Post-intensive care syndrome: what is it and how to help provent it”. Judy Davidson et al: http://www.americannursetoday.com/assets/0/434/436/440/10226/10228/10232/10278/02ba438f-5b12-484e-8165-df5d365354f5.pdf

Functional deficits

• ICU-acquired weakness (ICU-AW) occurs in 35% of mechanically ventilated patients, 50% of sepsis patients, and 15% to 50% of patients who stay in the ICU for at least 1 week. About 15% of ICU patients are still weak 2 years after discharge.
• About 50% of ICU patients and 75% of those who were on mechanical ventilation in the ICU still have difficulty with activities of daily living (ADLs) or instrumental ADLs 1 year after discharge.

In Nederland zijn nog geen cijfers voorhanden. Geschat wordt dat de helft van de patiënten na een jaar nog fysieke problemen ondervinden. Zie: https://www.ntvg.nl/artikelen/langetermijnuitkomsten-van-ic-behandeling

(januari 2016)

Dia 20: Risicofactoren ICU-AW
In deze dia worden de nu bekende risicofactoren voor ICUAW genoemd.
• Sepsis
• Katabole toestand
• Multi-organ failure
• Systemic inflammatory response syndrome
• Langdurige beademing
• Immobiliteit
• Te hoge bloedsuikers
• Glucocorticosteroiden
• Spierverslappers

Wanneer risicofactoren bekend zijn, kunnen er preventieve maatregelen genomen worden om het risico op ICUAW te beperken. Zo wordt er naar gestreefd om:
• de beademing zo kort mogelijk te houden
• zo vroeg mogelijk te beginnen met fysiotherapie, al op de ic. In Nijmegen krijgen sommige patiënten aan de beademing fysiotherapie in het zwembad. Voor spieren en psyche blijkt dit zeer effectief en het is veilig om te doen.
• bloedsuikers binnen strikte marges te houden
• zo min mogelijk gebruik te maken van spierverslappers

Dia 21 : Citaat patiënt over ICU-AW

Dia 22 t/m 26: Cognitieve problemen
“Long-Term Cognitive Impairment after Critical Illness”
P.P. Pandharipande, et al, the BRAIN-ICU Study Investigators, N Engl J Med 2013;
http://www.nejm.org/doi/pdf/10.1056/NEJMoa1301372

Grootste prospectieve studie over cognitieve schade na ic-behandeling tot nu toe, Van der Bilt University.
Opname indicatie: Respiratoire insufficiënte, cardiale shock, septische shock; patiënten uit medische en chirurgische intensive cares.

Onderzocht: lengte delirium, sedativa en pijnstillers in relatie tot cognitie

Populatie: 821 patiënten, gemiddeld 61 jaar, 0-3 maanden na ic-opname was 31% overleden; 3-12 maanden na ic-opname was nog eens 7% overleden.

91% van de patiënten werd beademend, gemiddeld 3 dagen (1-8). 74% maakte een delirium door, met een gemiddelde duur van 4 dagen.

Methode: Cognitie werd 3 en 12 maanden na de ic-opname onderzocht met de RBANS (Repeatable Battery for the Assessment of Neuropsychological Status), een neuro- psychologisch onderzoek dat het korte en lange termijn geheugen, visueel-ruimtelijke vaardigheden, taal en aandacht en concentratie onderzoekt. De normale populatie scoort 85-115.

Resultaten: Zowel bij 3 en bij 12 maanden liggen de RBANS scores voor ic-patiënten ver onder het gemiddeld voor de gezonde populatie. 25% van de patiënten heeft scores die passen bij milde Alzheimer, daarnaast heeft 33% scores die passen bij matige traumatische hersenafwijking.

Gekeken is naar cognitieve problemen voor de ic-opname, dit was bij 6% van de patiënten het geval. Opvallend is dat zowel bij jonge én oude deze cognitieve problemen worden gevonden, ongeacht voorafgaande conditie en ongeacht de reden voor ic-opname.

Conclusie: lengte delirium correleert met ernst cognitieve afwijking. Het werkingsmechanisme is nog niet duidelijk. Benzodiazepines hebben een mogelijke correlatie, opiaten, propofol, dexmedetomidine hebben geen correlatie met cognitieve schade. Een mogelijke verklaring is dat bij delirium, ten gevolge van ontstekingsreactie + neuronaal verval hersenatrofie ontstaat. Effectieve preventieve maatregelen zijn het hanteren van een strikt slaapprotocol en vroege mobilisatie.

Dia 27 t/m 31: Delirium Delirium is een belangrijke voorspeller voor de cognitieve problemen, zoals in dia 22 t/m 26 beschreven wordt.
Preventie van delirium is belangrijk om cognitieve en psychische problemen te voorkomen. Deze dia’s zijn bedoeld als achtergrondinformatie en kunnen eventueel weggelaten worden.

Zie: http://www.icudelirium.org/patients.html
http://www.icudelirium.org/medicalprofessionals.html

Dia 32- 37: Psychische problemen

Dia 34 t/m 36 Beschrijven het onderzoek van James Jackson:
hij maakt deel uit van de belangrijk PICS-onderzoeksgroep “ICU delirium and cognitive impairment study group”. http://www.thelancet.com/journals/lanres/article/PIIS2213-2600(14)70051- 7/fulltext

Psychische problemen komen veel voor bij ic-overlevers, op alle leeftijden. Depressie komt ongeveer 5 keer vaker voor dan Post-traumatische stress-stoornis (PTSS); ruim 30% versus 7 %. (In de normale bevolking heeft ca 2% PTSS). Fysieke problemen zijn vaak oorzaak van depressie. Depressie kan lang aanhouden en wordt vaak niet herkend. Methode: Het onderzoek van dr. James Jackson, psychiater in de Van der Bilt University includeerde 821 patiënten, die behandeld werden op medische en chirurgische intensive cares. De patiënten werden 3 maanden en 12 maanden na ontslag van de ic onderzocht.

De leeftijd lag tussen 18-91 jaar, gemiddelde leeftijd 61 jaar. De patiënten hadden ARDS of sepsis. Resultaten: 37% van de icu survivors had na 3 maanden na ontslag een depressie, na 12 maanden waren dat er 33%. Vooral de fysieke problemen rond 3 maanden bleken de oorzaak van depressie, veel vaker dan de neuro-cognitieve problemen die patiënten kunnen ervaren. Door deze fysieke oorzaak bleek behandeling met anti-depressiva vaak niet effectief. De volgende fysieke verschijnselen werden bij de depressie gemeld: moe, slap, verminderde eetlust; cognitieve problemen; verdrietig, schuldgevoelens, pessimisme

Bij 1/3 van de depressieve patiënten waren na een jaar nog klachten aanwezig. Depressie post-ic komt ook voor bij mensen zonder depressie in voorgeschiedenis In deze studie had 7% symptomen van een post-traumatisch stress syndroom. (Dit getal ligt veel lager dan dat andere studies tot dan toe lieten zien). Veel patiënten lieten daarnaast de volgende verschijnselen zien: 32% problemen met ADL bij 3 maanden en 27% bij 12 maanden.

Zowel de fysieke als de psychische problemen kwamen op alle leeftijden voor. Er werd geen relatie gevonden tussen delirium en psychische problemen en/of fysieke problemen.

Conclusie: Psychische en fysieke problemen komen vaak voor bij ex-ic-patiënten. Depressie komt 5 maal vaker voor dan PTSS, fysieke problemen zijn vaak de oorzaak. Daardoor zullen patiënten met psychische problemen waarschijnlijk vooral baat hebben bij behandeling van hun fysieke problemen.

Dia 39 t/m 43 Kwaliteit van leven Dia 39:
“Quality of life in the five years after intensive care: a cohort study”.

Brian Cuthbertson et al. Critical Care 2010, 14:R6

( Aberdeen, Schotland) http://www.ccforum.com/content/14/1/R6

Methode: Het betreft hier een cohort studie, dus een studie die over een bepaalde groep gedurende een bepaalde tijd bestudeert. Hun doel was om in de 5 jaar na ontslag van de IC, de kwaliteit van leven en de gezondheidsniveau’s (mobiliteit, zelfzorg, dagelijkse activiteiten, pijn/ongemak en angst/depressie) te scoren (weinig, matig, veel problemen). Ook berekende men de quality adjusted life years (QALYs). Een quality adjusted life year staat voor een extra levensjaar in goede gezondheid.

Resultaten: Er werden 300 level 3 intensive care patiënten geïncludeerd. De gemiddelde leeftijd was 60,5 jaar en de gemiddelde ligduur was 6,7 dagen. Fysieke kwaliteit van leven was tot 3 maanden na ontslag afgenomen (P-0,003)*, trok weer bij tot het niveau van voor de ziekte op 12 maanden, maar nam daarna weer af van 2,5 tot 5 jaar na de intensive care opname(P=0,002). De gemiddelde fysieke scores waren gedurende de gehele periode onder de norm van een vergelijkbare populatie die geen IC-opname gehad had. Qua mentale score zat deze groep na 6 maanden wel weer op het normale gemiddelde.

Gedurende de 5 jaar na de opname op de IC waren de extra levensjaren in goede gezondheid significant lager dan verwacht mag worden in vergelijking met de algemene populatie. * Hoe kleiner de p-waarde, hoe extremer de uitkomst. In de praktijk worden waarden van 5% en 1% aangehouden als grens; is de p-waarde kleiner, dan spreekt men van een significante resp. sterk significante uitkomst.

Conclusie: Opname op de IC is geassocieerd met een hoge mortaliteit, een slechte fysieke kwaliteit van leven en weinig extra levensjaren in goede gezondheid in vergelijking met de algemene populatie en bekeken over een periode van 5 jaar na ontslag. Critical illness moet als een levenslange diagnose behandeld worden en leidt tot een hogere mortaliteit, hogere morbiditeit en vraagt om continue ondersteuning van de gezondheid.

De vragenlijsten (SF-36) werden in eerste instantie afgenomen bij de familie op het moment dat de situatie van de patiënt die op de IC lag stabiel was. Zij werden geïnstrueerd om aan te geven wat de kwaliteit van leven van de patiënt was voor zijn opname. De patiënten vulden de vragenlijsten in na 3,6 en 12 maanden en na 2,5 en 5 jaar na IC-opname. Voor de berekening van de QALYs werd de EQ-5D gebruikt. Deze werd bepaald tijdens de opname en daarna op 12 maanden, 2,5 en 5 jaar.

Uit deze studie kwam naar voren dat de fysieke aspecten van de kwaliteit van leven afnamen in de eerste 3 maanden na de opname. Dit werd gevolgd door een langzaam maar zekere verbetering in het eerste jaar na opname. De scores zakten echter weer aanzienlijk tussen het 2,5 en 5 jaars meetpunt. Deze scores komen overeen met eerdere onderzoeken onder algemene IC en ARDS cohorten. Daar staat tegenover dat er ook een onderzoek is onder ARDS survivors waarin de kwaliteit van leven gedurende 5 jaar verbeterde.

Verschillen zouden verklaard kunnen worden door verschil in leeftijd, verschil in onderliggend lijden, ernst van de ziekte en andere niet gemeten verschillen. Samenvattend:

• Voor opname op de IC was kwaliteit van leven, vergeleken met een leeftijd en sekse gelijke controlegroep, slecht.
• Patiënten die de IC levend verlaten hebben een doorgaande hoge mortaliteit in de 5 jaar na ontslag.
• De kwaliteit van leven na ontslag van de IC is extreem slecht in vergelijking met een leeftijd en sekse gelijke controlegroep.
• De kwaliteit van leven is extreem slecht in vergelijking met een leeftijd en sekse gelijke controlegroep in het eerste jaar na ontslag
• Na herstel tot het niveau van de leeftijd en sekse gelijke controlegroep verslechtert de kwaliteit van leven weer tussen de 2,5 en 5 jaar na ontslag van de IC.
• In de 5 jaar na opname op een IC accumuleert de IC-patiënt een extreem laag percentage van QALYs (extra levensjaren in goede gezondheid)

Dia 40: Zorgbehoefte en zorgconsumptie ic-overlevers in Nederland
“Demand and consumption of care in long term ICU survivors in the Netherlands”.

Netherlands Journal of Critical Care vol.14 – no 4 – AUGUST 2010.

http://njcc.nl/sites/default/files/NJCC%2004%20Review-Hofhuis.pdf

Dit schema laat zien hoeveel zorg er na 6 maanden nog nodig is.

Achtergrond informatie: De overgrote meerderheid van de ic-overlevers gaat terug naar huis. Echter, een aanzienlijk aantal van hen is niet in staat om hun werkzaamheden te hervatten en bij veel ex-patiënten hebben te maken met disfunctioneren in sociaal gedrag, controle over hun mobiliteit en psychisch functioneren.

De resultaten suggereren dat een polikliniek voor IC-patiënten zou kunnen helpen om de outcome voor IC-patiënten te verbeteren, en daarmee potentieel hoge kosten voor de samenleving te verlagen. Methode: Het betreft hier een prospectieve studie. Geïncludeerd werden alle patiënten die langer dan 48 uur op de IC gelegen hadden en die na 6 maanden nog in leven waren. De Short Form 36 (SF-36) werd gebruik om de gezondheid gerelateerde kwaliteit van leven (HRQOL) te evalueren. In aanvulling hierop zijn de overlevers bevraagd op hun consumptie aan medische zorg. De Apache–II werd gebruikt om de ernst van de ziekte te bepalen.

Resultaat: Van de 451 geïncludeerde patiënten werden er 252 geëvalueerd na 6 maanden. (40 Patiënten zijn uit de studie gevallen en 159 (35,3%) overleed tijdens de studie.) 64,6% was ouder dan 65 jaar, 90,9 % was thuis. Van de patiënten die voor de opname nog werkten had 66% deze werkzaamheden (nog) niet hervat. 80 Patiënten (31,7%) hadden nog professionele medische hulp nodig. Meer dan de helft van hen zelfs dagelijks.

Conclusie: De meeste overlevenden zijn 6 maanden na de IC-opname thuis maar bijna een derde van hen was nog afhankelijk van complexe zorg. Beperkingen doen zich niet alleen voor op het fysieke vlak, maar ook psychisch en of psychologisch en sociaal vlak. Een aanzienlijk aantal is niet in staat om zijn werkzaamheden te hervatten. De onderzoekers concluderen dat de uitkomsten van dit onderzoek suggereren dat het de moeite waard is om specifieke interventies, zoals een IC-polikliniek, te ontwikkelen om de outcome voor IC-patienten te verbeteren en de financiële belasting voor de samenleving te verlagen door het verminderen van de vraag die gedaan wordt op de gezondheidszorg.

Dia 41: Sociaal-economische gevolgen, zorgbehoefte en kwaliteit van overleven
“An exploration of social and economic outcome and associated health-related quality of life after critical illness in general intensive care unit survivors: a 12-month follow-up study”.

Critical Care 2013 John Griffiths et.all.

http://www.ccforum.com/content/pdf/cc12745.pdf

Methode: Het gaat hier om een multicenter onderzoek d.m.v. vragenlijst onder overlevers van critical illness na 6 en 12 maanden. Deze prospectieve cohort studie werd gedaan in de periode augustus 2008 tot februari 2010. Er werden patiënten geïncludeerd van de IC’s van 22 Engelse ziekenhuizen.

Resultaat: Er werden 6 en 12 maanden na ontslag data verzameld van 293 patiënten die meer dan 48 uur op één van de 22 IC’s hadden gelegen. Er was een negatieve invloed op het familie inkomen in 33% van alle patiënten na 6 maanden en 28% na 12 maanden. Na 12 maanden was er bijna een halvering van het aantal patiënten dat werk als enige bron van inkomsten opgaf in vergelijking met voor hun opname (van 19% naar 11%). Een kwart van de patiënten gaf aan na 6 maanden nog zorg nodig te hebben en na 12 maanden was dit nog 22%. Van alle patiënten die zorg kregen rapporteerde 26% dat dit ging om meer dan 50 uur per week. In de meerderheid werd de zorg verleend door de naasten van de patiënt (resp. 80% en 78%).

Voor de helft van deze naasten had het feit dat ze zorg verleenden een negatieve invloed op hun werk en waren er daardoor aanpassingen nodig in hun werk. In 8% van alle gevallen was er een naaste die na een jaar nog significant minder kon werken vanwege het feit dat er zorg verleend werd. Van de patiënten die aangaven zorg nodig te hebben gaven er 23 (31% na 6 maanden) en 25 (38% na 12 maanden) aan dat ze hun spaargeld aan moesten spreken, geld lenen, of hun huis moesten verkopen (of een combinatie van deze) om hun lasten te kunnen betalen. Na 6 maanden waren problemen met de mobiliteit verdubbeld t.o.v. van voor de opname. Opvallend was ook dat na 12 maanden 73% gemiddelde tot ernstige pijnklachten had en 44% nog aangaf angstig of depressief te zijn.

Conclusie De resultaten van deze studie suggereren dat veel patiënten die een IC-opname overleven duidelijk problemen hebben in hun dagelijks functioneren, dat ze daardoor mogelijk van werk moeten veranderen en dat ze meestal nog een zorgvraag hebben na ontslag uit het ziekenhuis. Een significant deel van hen die hun werk weer op kunnen pakken kan zijn normale werkzaamheden niet volledig hervatten en zakt daardoor in inkomen. Het overgrote deel van de zorg wordt geleverd door familieleden.

Bovendien, het aantal mensen dat na 6 maanden hun werk nog niet hervat had en ten gevolg daarvan staatssteun nodig had is na 12 maanden ongeveer gelijk. Dit suggereert dat familieleden die de mantelzorg op zich genomen hebben dus niet in staat zijn om dat financiële gat te dichten. De onderzoekers concluderen voorzichtig dat bij families met de grootste veranderingen ten gevolg van de opname het effect hiervan duidelijk was na 6 maanden, maar dat dat na 12 maanden nog niet echt verbeterd was.

Deze studie laat zien dat er na een critical illness een significante socio-economische last is.

Dia 42 en 43: PICS-Familie Tegelijkertijd met de definitie van het Post Intensive Care Syndroom (PICS) in 2012 is ook voor de familieleden dit syndroom gedefinieerd.
Dit bestaat alleen uit psychische problemen. PICS-F doet recht aan de zware emotionele last en de psychische gevolgen die familieleden en mantelzorgers ervaren ten gevolge de intensive care opname van hun dierbare. Terwijl ic-patiënten vaak geen herinnering hebben aan hun kritieke ziekte, is deze periode voor hun familie vaak enorm stressvol. De kwaliteit van leven staat ook voor familieleden onder druk, zie hiervoor dia 42. In: “ Post-intensive care syndrome: what is it and how to help provent it”. Judy Davidson et al.zijn de volgende getallen te lezen.

http://www.americannursetoday.com/assets/0/434/436/440/10226/10228/10232/ 10278/02ba438f-5b12-484e-8165-df5d365354f5.pdf

Een derde van de familieleden van ic-patiënten en 50% van de familieleden van ic- patie2nten die tijdens de ic-opname overleden hebben depressieve klachten. Ca 70 % ervaart angstsymptomen. Ongeveer een derde van de familieleden van ic-patiënten hebben PTSS symptomen binnen 90 dagen nadat de patiënt van de ic- is ontslagen of nadat de patiënt is overleden. Deze psychische problemen kunnen, onbehandeld, jaren blijven bestaan. Ook familieleden moeten dus geholpen worden bij het verwerken van de ic-opname, er moet actief naar gevraagd worden.

Zie het recente artikel: “Reported burden on informal caregivers of ICU survivors: a literature review” . Ilse van Beusekom et al. Critical Care janary 2016. http://ccforum.biomedcentral.com/articles/10.1186/s13054-016-1185-9.

In dit review artikel wordt de psychische belasting voor de naasten van een ic-patiënt bevestigd.

Dia 44: Uit de tijd gevallen
Veel patiënten hebben geen enkele herinnering aan hun ic-opname. De familie des te meer. “Uit de tijd gevallen” is de eerste Kruispuntdocumentaire over de intensive care. Idelette Nutma, Rob Bruntink en Joop Stolzenbach vertellen over hun ic-opname en de periode daarna.

Marijke van der Steen, intensivist in De Gelderse Vallei in Ede Wageningen vertelt over de problemen die zij bij ex-ic-patiënten op haar ic-nazorgpoli ziet. De documentaire is begin 2012 uitgezonden, net voordat PICS door de SCCM is gedefinieerd. Zowel Idelette, Rob, Joop als Marijke beschrijven PICS. Het wordt sterk aangeraden deze documentaire te bekijken: http://www.npo.nl/kruispunt/11-03-2012/RKK_1513149

Dia 45: Preventie PICS Zo weinig mogelijk sedatie:
• lage doseringen zodat de patiënt comfortabel is, zich bewust is van zijn omgeving en zelf kan reageren
• analgosedatie heeft de voorkeur boven slaapmiddelen en sedativa
• dagelijks een wake-up Delier voorkomen:
• vroeg mobiliseren, zo snel mogelijk betrekken bij dagelijkse bezigheden (bril, gehoorapparaat, foto’s, daglicht, klok, kalender, familie)
• dag nacht ritme bewaken (alarmen en licht dempen, oordopjes, slaapmasker)
• uitlokkende medicatie zo veel mogelijk vermijden, geïndiceerde thuismedicatie hervatten
• testen CAM-ICU, DIOS Bloedsuikerspiegel:
• monitoren, onderzoek heeft uit gewezen dat een sterk schommelende bloedsuiker een slechtere uitkomst geeft wat betreft PICS Revalidatie start op de IC:
• FT ic, ergotherapie ic, bedfiets, passief mobiliseren (tijdens beademing) Dagboek bijhouden door familie:
• om later samen te bekijken en de puzzelstukjes in elkaar te laten vallen voor de patiënt (wat en wanneer bepaalde gebeurtenissen plaats hebben gevonden en welke emoties daar bij gepaard gingen)

Voor meer info: http://www.americannursetoday.com/assets/0/434/436/440/10226/10228/10232/102 78/02ba438f-5b12-484e-8165-df5d365354f5.pdf http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3889146/

Dia 46: Het belang van communicatie

Door: Hanneke Oonk, Lya den Ouden, Helen Hoeboer.

Communicatie op de Intensive Care is essentieel. De bewustwording van de gevolgen van een verstoorde of juist correcte communicatie en informatie verstrekking door de professional op de intensive care is noodzakelijk. De gevolgen van de communicatie op de intensive care kan tot jaren na het verlaten van de IC invloed hebben op het verwerkings- en herstelproces van zowel de patiënt als hun naasten. Dit kunnen zowel positieve als negatieve gevolgen zijn. Ieder moment op de Intensive Care is namelijk het concrete NU moment waarin je invloed op de toekomst uit kunt oefenen.

Kennis en ervaring over communicatietechnieken, hulpmiddelen in de communicatie, verbale en non-verbale communicatie, ervaringsverhalen van patiënten en naasten en je eigen patronen binnen de communicatie bieden achtergrondinformatie. Het doel is om bewuster te worden in de directe verbale en non-verbale communicatie met de patiënt en de naasten. Communicatie op de Intensive Care is van groot belang en van invloed op het voorkomen of beperken van PICS in de toekomst.

Specifieke communicatie bij beademde patiënten. Door uitleg te geven wat er gaat gebeuren, hoe kort ook, geef je de patiënt informatie over wat er op het moment gebeurt aan behandeling of zorg. Besef dat een patiënt een grote mate van controleverlies ervaart en dat men zich moet overgeven aan de zorg van de professional. Om dit controleverlies enigszins te verzachten is informatieverstrekking essentieel. Hierdoor kan rust/ angstreductie en vertrouwen ontstaan. Wanneer dit door tijdsdruk, urgentie of wat dan ook niet op het moment gaat, kan dit ook op een ander tijdsstip plaatsvinden, maak hierover afspraken.

De communicatie met beademde patiënten vergt een specifieke techniek. Daarnaast is een zekere mate van gevoeligheid om non verbale communicatie juist te interpreteren van belang. Wanneer het niet duidelijk is, ga dan na of je door middel van gesloten vragen achter de behoefte van de patiënt kunt komen. Geduld, mededogen, vindingrijkheid, empathie en tijd zijn daarin essentieel. Ook het gebruikmaken van hulpmiddelen zoals de app voICe, informatiekaarten, liplezen, schrijven, het systematisch vragen stellen zijn helpend in de communicatie. Daarnaast kan de naaste belangrijke persoonlijke informatie geven over voorkeuren, persoonlijkheid en achtergrond van de patiënt. Dit geeft zeer waardevolle informatie waardoor je de individuele voorkeuren kunt integreren in de persoonlijke zorg.

Uit ervaringsdeskundige verhalen komt naar voren dat er grote behoefte is aan informatie maar dat deze behoefte niet altijd vervuld wordt. Hieronder mogelijke oorzaken en omgangsmogelijkheden:

• Er is geen/onvoldoende informatie gegeven.
• Informatie wordt gegeven met behulp van medisch vakjargon.
• Door o.a. medicijngebruik/concentratieproblemen/delier is er een verstoring in de communicatie- interpretatie en het opslaan van informatie in het geheugen van de patiënt. Het herhalen, verduidelijken zonder de discussie aan te gaan is belangrijk.
• Emoties kunnen zorgen voor communicatiestoornissen bij zowel de professional als de patiënt.
• De (emotionele) reactie van patiënten wordt persoonlijk geïnterpreteerd door de professional, voornamelijk bij verwarde/delirante patiënten.
• Tijd is een bepalende factor in zinvolle/ heldere/eerlijke communicatie.
• Er is teveel informatie gegeven en het nagaan of de informatie begrepen is ontbreekt Al deze aspecten zijn van invloed op het welbevinden van de patiënt op de Intensive Care en op het voorkomen of beperken van PICS in de toekomst.

Belangrijke informatiebronnen over communicatie op de Intensive Care: Brink. G.T.J.W. van den, (2013) leerboek IC verpleegkunde 1, hoofdstuk 1.4, psychosociale aspecten en communicatie op de IC. Springer Media B.V. Clijsen. M, Garenfield. W, Kuipers. G, Loenen. E van, Piere. M van, (2008) Leerboek Psychiatrie voor verpleegkundigen, hoofdstuk 10.1, Delier. Amsterdam: Elsevier Gezondheidszorg.

Er is een communicatieapp ontwikkeld door het Radboud UMC om de communicatie tussen professional en patiënt te verbeteren, informatie hierover is te vinden op www.voice-intensivecare.nl

Ervaringsdeskundige verhalen op: www.opeenicliggen.nl en www.fcic.nl

https://hbokennisbank.nl/record/oai:repository.samenmaken.nl:smpid:45322

http://www.han.nl/werken-en-leren/studiekeuze/bachelor/management-zorg- dienstverlening/aan-het-woord/marcel-rekers/_attachments/informatiefolder_voice_- _communicatie_app_voor_de_ic-pati_nt.pdf

Dia 47 en 48: Onderzoek dagboekregistratie:

“Intensive care diaries reduce new onset post traumatic stress disorder following critical illness: a randomised, controlled trial”.
Jones C, Backman C, Capuzzo M, Egerod I, Flaatten H, Granja C, Griffiths RD

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3219263/

Het gebruik van een ic-dagboek is tot nu toe (jan. 2016) de enige bewezen effectieve interventie ter voorkoming van de psychische symptomen van PICS.

• Het gebruik van een dagboek met foto’s vermindert de symptomen van PTSS.
• Belangrijk voor verwerking!
• Resultaat van studie: 352 patiënten na verblijf van > 3 dagen/ 12 IC’s/ 6 Europese landen.
• Bij 1/3 van de patiënten significante reductie van de verschijnselen bij bestaande PTSS.
• Kans op nieuwe PTTS gehalveerd.
• Dagboek werd 1-3 maanden na ontslag IC gegeven.

Zie ook: Toolkit

Familie begeleiding op de intensive care: http://blog.han.nl/acute- intensieve-zorg/slotsymposium-familiebegeleiding-op-de-ic/

Dia 49 t/m 51 IC-nazorg

Dia 49: ic-nazorg staat in Nederland nog in de kinderschoenen

Lees hierover in:
“ Post-ic-syndroom wordt niet herkend”.

M.Brackel: http://www.medischcontact.nl/archief-6/Tijdschriftartikel/143220/Posticsyndroom- wordt-niet-herkend.htm

en “Nazorg intensive care moet uit de kinderschoenen”:

M. Brackel, M. van der Schaaf, D. van Dijk: http://www.medischcontact.nl/archief-6/Tijdschriftartikel/152093/Nazorg- intensive-care-moet-uit-de-kinderschoenen.htm.

Dit onderwerp komt ook aan de orde in de tweede Kruispuntdocumentaire: “IC- overlevers”.
Erica van Egdom, Idelette Nutma, Marianne Brackel en intensiviste Marijke van der Steen vertellen over (hun) ervaringen na de ic.

Het gebrek aan ic-nazorg in ons land en de reden waarom ic-nazorg noodzakelijk is worden besproken. Kijken!
http://www.kro-ncrv.nl/kruispunt/seizoenen/2015/30-141683-18-10-2015

Dia 50: ic-nazorg
Nazorg moet multidisciplinair zijn, al in het ziekenhuis beginnen en zich richten op zowel fysieke, cognitieve en psychische problemen als op kwaliteit van leven. Ook de familie moet nazorg krijgen. Ic-nazorg begint op het moment dat de patiënt naar de afdeling verhuist en zal voor veel patiënten jarenlang nodig zijn. In deze dia worden enkele mogelijkheden van ic-nazorg genoemd.

Voor Balanstraining zie http://www.opeenicliggen.nl/wp-content/uploads/Folder- Balanstraining-2015.pdf

Dia 51: Belang van ic-nazorg
Ic-nazorg moet aan de patiënt en diens familie aangeboden worden.
Goede begeleiding in een vroegtijdig stadium kan veel angst, onrust en onzekerheid wegnemen voor zowel patiënt als wel de naasten en werkt absoluut preventief. Normaliseren is hierbij het sleutelwoord, maar neem de patiënt en naasten serieus.

Evaluatie
• de verleende zorg en beleving
• feedback om kwaliteit van zorg te verbeteren Inventarisatie
• mate van impact voor patiënt en naasten
• aanwezigheid restverschijnselen (fysieke, neurocognitieve, psychische, sociaal- maatschappelijke )

Verwijzing:
• bij aanwezige restverschijnselen die behandeling behoeven.

Reconstructie
• is er behoefte aan invulling memory gap na verlies van grip op situatie?
• de patiënt heeft hierin de regie!

Begeleiding
• wat zijn de consequenties van het ernstig ziek zijn op de kwaliteit van leven en hoe ga je daarmee om als patiënt en naasten?
• vroegtijdige en goede begeleiding heeft een preventieve werking
• professionele hulp inschakelen indien nodig/ gewenst

Informatie
• antwoord op vragen en uitleg betreffende gebeurtenissen

Advisering
• naar patiënt en naasten ter optimalisatie kwaliteit van leven
• naar zorgverleners ter verbetering behandeling met als doel restschade zoveel mogelijk te beperken

Dia 52: www.opeenicliggen.nl.
Deze website is in 2013 opgericht door Idelette Nutma en Rob Bruntink, beide ex-ic-patiënten en de eersten die aandacht vroegen voor ic-overlevers. www.opeenicliggen is de website voor lotgenotencontact en biedt informatie voor patiënten en familie over alles wat met intensive care zorg te maken heeft. Er staan indrukwekkende patiënten verhalen op, naast een schat aan informatie voor de patiënt en de familie tijdens en na de intensive care opname.

Dia 53:  Stichting Family and patient Intensive Care (FCIC).
De landelijke Stichting Family and patient Centered Intensive Care (FCIC) stelt zich tot doel het delen en verspreiden van kennis over de psychosociale, cognitieve en fysieke gevolgen die een opname op een intensive care (IC) heeft voor patiënten en hun naasten. FCIC beoogt daarmee de impact van opname en behandeling op een IC in al zijn facetten te beperken.

De website www.fcic.nl beoogt een platform te zijn voor IC-professionals, wetenschappers en ervaringsdeskundigen waar kennis, ervaringen, beleid en ideeën ten aanzien van alle aspecten van patiënt- en familiegerichte intensive care zorg en van post-intensive care zorg gedeeld kunnen worden. Naast drie werkgroepen is er een IC- Expertgroep opgericht, bestaande uit zorgprofessional en ervaringsdeskundigen.

Stichting FCIC is in januari 2015 opgericht en won in 2014 de Gouden Oor Award Cure
(op de foto) en in 2015 de Anna Reynvaanpraktijkprijs.

-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

Met medewerking van de volgende leden van de werkgroep IC-nazorg van
Stichting FCIC:

Trudi Boeter, intensive care verpleegkundige Erasmus UMC Rotterdam, dia’s 29 t/m 42

Helen Hoeboer , voorzitter werkgroep IC-nazorg, intensive care verpleegkundige
Spaarne Ziekenhuis Haarlem, dia’s 46, 47

Lia van der Lingen, intensive care verpleegkundige Spaarne Ziekenhuis Haarlem, dia’s
46, 47

Sonsoles Boter, GZ-psycholoog in opleiding tot specialist, Afdeling Medische Psychologie, Albert Schweitzer ziekenhuis: dia’s 23-26 en 32 t/m 37

Grietje Marten, intensive care verpleegkundige Radboud UMC, ic- nazorgverpleegkundige, onderzoeker: dia 49 t/m 51; alle citaten van patiënten.

dr. Marike van der Schaaf, lector Revalidatie in de Acute Zorg, Hogeschool van
Amsterdam, fysiotherapeut en epidemioloog afdeling Revalidatie AMC

Hanneke Oonk, Gezondheidszorgcoach Balans in leven & lijf, oud-ic-verpleegkundige:
dia 46, 47, 49, 50, 51

Marjolein Siebel, ic-ervaringsdeskundige, oud verpleegkundige

Onder redactie van:

Grietje Marten, intensive care verpleegkundige Radboud UMC, ic- nazorgverpleegkundige, onderzoeker

Marianne Brackel, ic-ervaringsdeskundige, arts. Vastgesteld 22 maart 2016

Back To Top