Als ik met de rolstoel het ziekenhuis uit rij omdat ik eindelijk naar huis mag, gaat er van alles door me heen. Ik denk niet dat ik me eerder zo raar gevoeld heb. Natuurlijk ben ik heel blij, maar ik ben ook bang. Weten ze wel zeker dat het al veilig is om naar huis te gaan? De dag dat ik het ziekenhuis verlaat, ben ik pas eergisteren van de intensive care gehaald! De laatste infuusjes zijn er nog maar een paar uur uit, weten ze zeker dat ik die niet meer nodig heb? Hoe moet alles nu verder? Zoveel vragen spoken door mijn hoofd, maar ik zal moeten accepteren dat ik de antwoorden niet krijg. Ik zal vertrouwen moeten hebben dat de artsen me niet naar huis sturen als dat nog niet veilig is. Gelukkig geen ziekenhuisbed meer. Geen eindeloos gepiep en geknipper van apparatuur meer. Geen witte jassen meer overal om me heen. Tegelijkertijd is het heel beangstigend om geen ziekenhuisbed meer te hebben met een knop waar ik op kan drukken. En geen artsen meer die me in de gaten houden. En geen apparatuur meer die constant alles in de gaten houdt en mij medicijnen geeft.
Eenmaal thuis aangekomen: Ik stap uit de auto, tien stappen tot de voordeur. Iets waar ik normaal nooit over nadacht. Nu lijkt dat stuk wel kilometers lang. Stapje voor stapje. Ik word duizelig en misselijk bij iedere stap die ik zet. Met alle macht probeer ik dat gevoel aan de kant te zetten, ik kan toch wel een paar stappen lopen? Ik had altijd de meeste energie van iedereen om me heen. Nu lijkt het alsof al mijn energie in één klap bruut mijn lichaam uit gerukt is. Dit komt wel weer terug toch? Hoe moeilijk ook, ik probeer dit soort gedachtes meteen uit mijn hoofd te zetten. Ik moet me concentreren op mijn herstel. Ik kan en mag mezelf niet verliezen in de angst. Aan de andere kant ben ik super trots dat ik een paar stapjes kan zetten. Een paar dagen geleden kon ik nog niet eens zitten. En kijk, nu loop ik gewoon een klein beetje!

Als ik even heb gezeten, wil ik heel graag douchen, maar dat betekent ook dat ik op een of andere manier de trap op moet. Ik moet en zal hoe dan ook de trap op komen. Opnieuw stapje voor stapje voor stapje. Het lijkt wel alsof ik een hele berg moet beklimmen. Als ik boven aan kom, heb ik eigenlijk geen energie meer over, maar ik moet douchen na bijna 2 weken ziekenhuis. Ik kan niet staan onder de douche, dus er wordt een krukje neergezet. Ik kijk naar mijn lichaam. Ik had al een smalle bouw, maar nu ben ik zo afgevallen dat mijn armen en benen op dunne slappe rietjes lijken. Mijn armen en handen zitten vol kleine wondjes van de infuusjes, mijn benen vol blauwe plekken van de prikjes die ik gehad heb.
Kleine boodschap van mij:
Zodra dingen verbeteren of zodra je een overwinning hebt behaald, al is het maar een minimale: ‘vier het’! Al vier je het op een hele kleine manier. Weet dat ieder stapje een stapje in de goede richting is. Weet dat je sterk bent, maar niet altijd sterk hoeft te zijn. Als de moed je totaal in de schoenen zakt, weet dan dat het niet voor altijd is. Soms komen er sneller betere momenten dan je denkt. Weet dat dit proces op allerlei vlakken tijd kost, heel veel tijd. Gun jezelf die tijd maar vergeet in het proces niet om ook te genieten.
Over Nireen

Nireen studeerde als Fashion Stylist vlak voor ze op de intensive care terecht kwam. Die studie heeft ze niet voortgezet, omdat ze nog niet genoeg hersteld was om een drukke opleiding en een baan samen op te pakken. Ook waren haar normen en waarden veranderd. Ze wist niet meer zeker of ze de opleiding als Fashion stylist nog goed genoeg vond passen bij haarzelf. Ook al vindt ze het nog steeds onwijs leuk om kleding te stylen. Op dit moment werkt ze in een winkel en is ze bezig met therapie om de IC-opname een plekje te geven. Verder probeert ze te genieten van alles wat ze zo lang niet gekund heeft. De dingen die ze het liefste doet zijn stadjes bezoeken, muziek luisteren, foto’s maken, mountainbiken en leuke plannen maken met familie en vrienden. De afgelopen tijd heeft ze gemerkt dat het allerbelangrijkste is om leuke dingen te doen en te genieten. Dan is alles goed.
