Regelmatig krijg ik, waarschijnlijk net als veel leeftijdsgenoten, een opgetrokken wenkbrauw als ik vertel dat ik “maar” 36 uur werk. Alsof daar automatisch een oordeel aan vastzit. Onlangs gebeurde het weer. Een nieuwe collega en ik raakten in gesprek over onze contracturen. Toen ik zei dat ik 36 uur werk, werd er gezucht. “Pfff, de jeugd van tegenwoordig wil alleen maar reizen, vroeger ging dat heel anders. Nou, ik werk gewoon 40 uur.” 

Het is zo’n opmerking die vaak voortkomt uit een stereotype opvatting. Mensen die mij niet kennen, zien simpelweg iemand met een werkweek van 36 uur. Wat ze niet zien, is wat er achter die uren schuilgaat. 

De realiteit achter die 36 uur

En eerlijk is eerlijk: soms voel ik me door dat soort opmerkingen zelf ook een beetje lui. Alsof ik me moet verantwoorden. Alsof ik eigenlijk méér zou moeten doen. De ironie is dat ik best zou willen dat die vrije dag die ik om de week heb, bedoeld was voor verre reizen of lange weekenden weg, maar de realiteit is anders. 

Ik ben vooral dankbaar dat ik überhaupt 36 uur kán werken, want er was een tijd dat zelfs dat ondenkbaar was. Na de IC-opnames moesten mijn lichaam en hoofd langzaam opnieuw leren functioneren in een wereld die maar doorgaat. En hoewel het leven er aan de buitenkant weer normaal uitziet, sta ik in werkelijkheid bijna altijd “aan”. 

Behandelingen die doorgaan 

Al 4,5 jaar gebruik ik immunotherapie om mijn afweersysteem tot rust te brengen. Elke drie weken dien ik mezelf ’s avonds een injectie toe. Daarna volgt vrijwel altijd hetzelfde patroon: koorts, rillingen en een hele dag waarin ik me ronduit ziek voel. Na zoveel jaar zou je denken dat het went. Dat doet het niet. 

Daarnaast ga ik wekelijks naar traumaverwerkingstherapie. Die sessies zijn intens. Ze kosten veel energie en vaak kom ik er compleet uitgeput vandaan. Alsof je hoofd en lichaam tegelijk een marathon hebben gelopen. 

Kilometers, tijd en vermoeidheid 

Alsof dat nog niet genoeg is, ligt het ziekenhuis waar ik onder behandeling ben ruim 100 kilometer verderop. Eén keer per maand ben ik daar voor controles. Dat betekent vroeg weg, laat thuis en een dag die volledig in het teken staat van gezondheid in plaats van werk. 

En dan zijn er de gewone werkdagen. Een dag vol indrukken op kantoor kan me leegtrekken zonder dat iemand het ziet. Het gebeurt regelmatig dat ik om 20:00 uur al in bed lig omdat mijn lichaam simpelweg op is. Zonder zelf te stereotyperen, ben ik jaloers op mensen die wel 40 uur kunnen werken én s’avonds ook nog iets kunnen doen zoals afspreken met vrienden.  

Meer dan werk alleen 

Dus ja, ik werk 36 uur. Maar daarnaast werk ik óók elke dag aan herstel. En dat is minstens een fulltime baan op zich. 

Er is nog iets wat voor mij belangrijk is geworden. Mijn ervaringen op de IC hebben mijn leven blijvend veranderd. Daarom blijf ik mijn verhaal delen. Niet omdat ik iets bijzonders doe, maar omdat ik weet hoe waardevol het is dat de stem van patiënten wordt gehoord. 

Ik denk mee over nieuwe richtlijnen voor Nederlandse IC’s, deel mijn ervaringen met zorgverleners en praat met lotgenoten. Soms schrijf ik erover, zoals nu. Het helpt mij, en hopelijk ook anderen. 

Herstel stopt niet bij ontslag 

De IC heeft me ook iets anders geleerd: dat ik wil genieten van het leven dat ik terugkreeg. En eerlijk? Dat lukt niet altijd met 36 uur werken en alles wat daarbuiten gebeurt. Misschien moet ik zelfs eens nadenken over 32 uur. 

Dus als iemand weer vraagt: “Maar 36 uur?” dan denk ik vooral: ‘je moest eens weten…’ 

Over Eline

Eline studeerde HBO Hotelmanagement en haalde haar Bachelor cum laude, midden in een periode waarin ze vaker in ziekenhuiskamers zat dan ze ooit had kunnen bedenken. Tegen alle verwachtingen in, en misschien ook een beetje tegen haar eigen, vond ze daarna meerdere plekken in het werkende leven. Nu werkt ze als commercieel projectmanager bij een HR-organisatie en is ze ook auteur. Twee banen waarin ze haar enthousiasme, mensenkennis en nuchterheid kwijt kan. Maar wat misschien nog wel belangrijker is: ze werkt op een manier die past bij haar lichaam en haar grenzen. Ze plant slim, verdeelt haar energie zorgvuldig en zegt sneller nee dan vroeger, omdat ze inmiddels weet hoe kostbaar een dag zonder strijd kan zijn. Dingen die vroeger vanzelfsprekend waren, een studie afronden, een baan hebben, meedoen in de wereld, voelen nu als prestaties om écht trots op te zijn. En in haar vrije tijd zit ze graag op de racefiets, vind je haar in de keuken of geniet ze van een wandeling in de natuur of aan zee.

Back To Top