skip to Main Content

IC-patiënten kunnen na ontslag van de IC verschillende problemen ervaren. Deze problemen kunnen veroorzaakt worden door de ziekte waarvoor de patiënt op de intensive care werd opgenomen, maar kunnen ook het gevolg zijn van de kritieke ziekte en de intensive care-behandeling.  Afhankelijk van de conditie van de patiënt kan na ontslag uit het ziekenhuis de patiënt naar huis gaan, naar het verpleeghuis of naar de revalidatiekliniek. Na ontslag van de IC kunnen de volgende problemen worden ervaren.

Vermoeidheid en gewichtsverlies

Na ontslag van de intensive care zijn veel patiënten intens moe. Zelfs de kleinste activiteit kan veel inspanning vragen. Veel voormalige IC-patiënten ervaren dit als een ernstige belemmering van hun dagelijks functioneren.

De vermoeidheid kan meerdere oorzaken hebben en hangt af van de conditie voor de opname, de ernst van de onderliggende (chronische) ziekte, de eventuele complicaties en van de kritieke ziekte waarvoor opname op de intensive care nodig was. Maar ook het optreden van een delier, de verblijfsduur en de behandelingen op de intensive care spelen een rol.

Omdat op de intensive care dag en nacht zorg heeft plaatsgevonden, kan het dag- en nachtritme verstoord zijn. Hierdoor is het wellicht ook moeilijker om te gaan slapen, wat weer leidt tot vermoeidheid. Ook moeite met eten, door bijvoorbeeld slikproblemen, kan ervoor zorgen dat de energie maar langzaam herstelt. Maar ook drukte om je heen, televisie kijken of je zelf verzorgen kunnen flinke moeheidsklachten geven. Het kan maanden duren voor de patiënt weer op het oude energieniveau is – soms langer.

Verlies spierkracht

IC-patiënten kunnen veel spiermassa verliezen tijdens de IC-periode, soms wel tien tot vijftien kilo. Dat komt door de bedlegerigheid en de sedatie voor de beademing waardoor de spieren een tijd lang helemaal niet gebruikt worden. De spiervezels nemen daardoor in omvang af. Ook de ernstige ziekte en een hoge energiebehoefte tijdens het IC-verblijf, kunnen leiden tot een lager lichaamsgewicht en afname van spierkracht en -weefsel. Het verlies aan spierkracht kan zodanig ernstig zijn, dat de patiënt niet of nauwelijks in staat is zich te bewegen. Dit wordt IC verworven spierzwakte of ICU acquired weakness genoemd.

Ondanks de spierzwakte en moeheid is het heel belangrijk om zodra dat mogelijk is af ten toe uit bed te komen en te proberen lichamelijk wat actief te zijn, zoals het zitten in een stoel, eten aan tafel of een kort wandelingetje achter de rollator. Fysiotherapeuten en de verpleging zullen helpen hier actief mee om blijven te gaan. Zo vroeg mogelijk weer gaan bewegen is heel belangrijk voor het herstel. Het is zelfs essentieel!

Stijve gewrichten

Door een gebrek aan beweging kunnen stijve gewrichten en spieren ontstaan. Ook kunnen er contracturen zijn ontstaan: een verkorting van een spier, pees of een gewrichtskapsel. Ten gevolge hiervan ontstaat een bewegingsbeperking. Tijdens de IC-opname zullen de fysiotherapeuten en de verpleging heel actief proberen contracturen te voorkomen, maar vooral bij lange opnames zal dat niet in alle gevallen lukken.

Problemen met de ademhaling

Door de beademing worden de ademhalingsspieren, waaronder het middenrif, een tijd lang niet gebruikt. Dat geeft, net als bij de overige spieren in het lichaam, al snel een vermindering en een verkleining van de spiervezels van het middenrif en van de overige ademhalingsspieren. Als de patiënt weer wakker is, dan kan hij al bij geringe inspanning flinke benauwdheidsklachten ervaren. Soms leidt de spierzwakte van de ademhalingsspieren er toe dat het moeilijk is om de patiënt te laten ontwennen van de beademing. Zo kort en licht mogelijke beademing en fysiotherapie op de intensive care zijn daarom erg belangrijk.

In zeldzamere gevallen kan er schade zijn ontstaan in de luchtpijp door de tube. Dit kan tot langdurige benauwdheidsklachten leiden.

Veranderingen in gehoor, zien, smaak, gevoel en reuk

Na de intensive care-opname kan het zicht slechter zijn. Dit kan komen door vermoeidheid en door zuurstofgebrek. Ook kan slecht zicht ontstaan door eventuele bloeddrukdalingen, dit kan een tijdelijke verminderde bloedvoorziening van de ogen tot gevolg hebben. Het gezichtsvermogen kan herstellen in de maanden na de IC-opname.

Ook smaak en reuk kunnen door het IC-verblijf zijn aangetast, waardoor eten anders smaakt dan de patiënt gewend is. Door sonde- of infuusvoeding zijn de smaakpapillen niet gebruikt, waardoor ze tijdelijk minder goed werken. Door medicijnen zoals antibiotica kan de smaak veranderd zijn. Als de reuk is verminderd of weg is, heeft dit ook effect op de smaak, omdat de reuk daar een essentiële rol in heeft.

Veranderingen in spreken en slikken

Beademing kan leiden tot stem- en keelproblemen. Een beademingsbuis in de keel, of een buisje dat via een gaatje in de hals in de luchtpijp is ingebracht (tracheostoma), kan ertoe leiden dat de stem na ontslag anders is. Ook kunnen door de beademingsbuis de stembanden beschadigd zijn.

De patiënt kan hees klinken en de stem kan zwak en toonloos zijn. Praten is dan vermoeiend. Door de beademing kan het middenrif zeer verzwakt zijn. Hierdoor kan de blaagbalgfunctie van het middenrif (die nodig is om lucht langs de stembanden te laten gaan waardoor een klank kan ontstaan) zijn afgenomen waardoor alleen een fluisterend geluid mogelijk is. De stem kan ook hees klinken door irritatie of beschadiging van de stembanden door de beademingsbuis. Zolang de stembanden niet te erg beschadigd zijn en de patiënt meer spierkracht krijgt, herstelt dit na verloop van tijd weer. De stem moet niet geforceerd worden.

Als er een tracheostoma is geplaatst duurt het een tijdje voordat de patiënt weer normaal kan praten. Eerst zal het gaatje in huid en luchtpijp moeten dichtgroeien, voordat de patiënt zijn stem weer normaal kan gebruiken. Dit kan enige tijd duren.

Door spierzwakte kunnen ook de spieren die nodig zijn om te slikken aangedaan zijn. Verslikken ligt dan op de loer en dat moet zoveel mogelijk voorkomen worden. Dit kan betekenen dat de patiënt langer sondevoeding moet krijgen, totdat hij voldoende is aangesterkt om zelf weer te kunnen slikken. Water en vloeistoffen zijn moeilijker door te slikken dan dikkere voeding. Daarom kunnen er indikmiddelen aan vloeistoffen worden toegevoegd. Ook kan er gebruik worden gemaakt van speciale bekers. De logopediste kan hierin goed adviseren.

Veranderingen van huid, haar en nagels

Op de intensive care kan ‘oedeem’ ontstaan door het vasthouden van vocht. Hierdoor kunnen het gezicht, de handen en voeten en het lijf opgezwollen zijn. In de loop van de behandeling neemt dit weer af, maar ontstaat er wel vaak een droge en schilferige huid die kan jeuken.

Infusen, bloedafnames en stollingsproblemen kunnen blauwe plekken hebben veroorzaakt. Doorligplekken (decubitus) vergen veel verzorging en tijd om te genezen. Er kunnen ook als lelijk ervaren littekens zijn ontstaan. Het kan lang duren voor die vervagen. Normaal gesproken voelt littekenweefsel steviger aan dan de rondom liggende huid. De kleur verbleekt in de loop der tijd en het litteken zal dunner worden.

Haaruitval is na een IC-opname normaal. Het lichaam beschouwt de haren tijdens ziekte niet als prioriteit, waardoor die dunner worden, makkelijker breken en eventueel uitvallen. Ze stoppen met groeien. Tijdens het herstel groeien ze weer aan. Voor patiënten is dit een vervelend bijkomend verschijnsel, dat van voorbijgaande aard is. Ook door medicatie (bijvoorbeeld cytostatica of bijnierschorshormoon) kan er haaruitval optreden.

Hetzelfde geldt voor de nagels. Er ontstaan soms horizontale groeven in de nagels, de zogeheten ‘lijnen van Beau’. Deze zijn het gevolg van een tijdelijke groeistoornis door de ziekte, de nagels houden op met groeien. Soms zijn blauwe plekken onder de nagels zichtbaar; deze zijn doorgaans het gevolg van een pijnprikkel die tijdens het IC-verblijf is gegeven om het bewustzijn te controleren. Hierbij is met een hard voorwerp op de nagels gedrukt.

Slaapproblemen

Door het ingrijpende effect van een intensive care-opname kan de patiënt na ontslag wellicht minder goed slapen, of bang zijn om te gaan slapen. Omdat er dag en nacht zorg is verleend op de intensive care, is het dag-nachtritme mogelijk verstoord, wat weer kan leiden tot slaapproblemen. Ook medicijnen kunnen slaapproblemen veroorzaken. De moeite met slapen is normaal en vermindert meestal in de loop der tijd. Hierbij kunnen simpele middelen als warme melk en ontspanningsoefeningen helpen. Ook is het goed om hoe dan ook vaste tijdstippen aan te houden bij het slapen en opstaan. Het normale slaappatroon komt over het algemeen weer terug als de activiteit toeneemt. Als de problemen te lang aanhouden en hier zorgen over zijn, is het goed om met de behandelend of huisarts contact op te nemen.

Gebrek aan eetlust

Medicatie als antibiotica kunnen ervoor zorgen dat de eetlust vermindert. De darmflora wordt verstoord, wat leidt tot een opgeblazen gevoel. Het is aan te raden om voor het eten de tijd te nemen, of om meerdere keren kleine porties te nemen. Omdat de maag en darmen niet meer aan pittig of gekruid voedsel gewend zijn, moet dit langzaam opgebouwd worden. Om toch aan genoeg voeding te komen, zijn calorierijke drankjes verkrijgbaar met extra vitaminen en mineralen. De diëtiste kan u die voorschrijven.

Verminderde weerstand

Door de ernstige ziekte kan het immuunsysteem zijn uitgeput. Dat heeft tijd nodig om te herstellen. Dat maakt dat u in de periode na de IC-opname meer vatbaar bent voor infecties. Het is belangrijk dat u bij infecties laagdrempelig contact opneemt met uw huisarts.

Back To Top