skip to Main Content

PICS omvat de nieuwe of verergerde klachten die ontstaan ten gevolge van kritieke ziekte en de intensive care behandeling.

PICS bestaat uit lichamelijke, cognitieve (kennis opnemen en verwerken, denken, geheugen, praten) en psychische problemen (angst, depressie, post traumatisch stress syndroom) en een verminderde kwaliteit van leven. Dit kan al tijdens een intensive care behandeling tot uiting komen, zoals de IC-verworven spierzwakte. Als een voormalig IC-patiënt alleen psychische problemen ervaart, of cognitieve of lichamelijke, is er ook sprake van PICS.

PICS problemen kunnen ook tot uiting komen ná de IC-opname, bijvoorbeeld bij terugkeer naar het werk twee jaar later als blijkt dat er concentratiestoornissen zijn en problemen bij multi-tasken.

Hoeveel voormalig IC-patiënten per jaar PICS zullen krijgen is niet bekend. Geschat wordt dat PICS-klachten in Nederland bij ongeveer de helft van de 80.000 IC-patiënten per jaar voorkomt. PICS komt bovenop de gevolgen van de onderliggende ziekte die aanleiding gaf tot IC-opname. Het is dus én -én!

Naasten kunnen ook PICS ontwikkelen, dat wordt het Post Intensive Care Syndroom Familie genoemd, of PICS-F. Dit bestaat uit psychische problemen, zoals een angststoornis, depressie, post traumatische stress stoornis of, wanneer de patiënt is overleden, een gestoorde rouwverwerking bij de naaste.

Zowel patiënten als naasten kunnen door PICS nog jaren na de intensive care opname last hebben van sociale, maatschappelijke, financiële en arbeid gerelateerde problemen. Patiënten kunnen een grote zorgbehoefte hebben.

Lees meer

PICS en alle problemen die daaruit voortvloeien zijn binnen onze gezondheidszorg, bij werkgevers en binnen de samenleving nog erg onbekend. IC-nazorg wordt maar aan een deel van de IC-patiënten gegeven en lang niet door alle ziekenhuizen aangeboden. Dat maakt dat patiënten en naasten vaak niet de zorg en begeleiding krijgen die nodig zijn om de draad van het leven weer op te kunnen gaan pakken.

Bij terugkeer naar het werk worden patiënten vaak te hoog ingeschat in energieniveau en fysieke en cognitieve mogelijkheden. Door onbekendheid van PICS bij bedrijfsartsen en verzekeringsartsen kan worden er dan te hoge eisen gesteld in het re-integratietraject, wat tot meer psychische en gezondheidsklachten leidt. Voor naasten geldt hetzelfde: hun veranderde rol als mantelzorg en hun eventuele eigen PICS-F problemen kunnen een stevige druk leggen op hun dagelijks functioneren en bij hun werkzaamheden. Overbelasting ligt dan flink op de loer.

Klap in

Lichamelijke problemen

IC-verworven spierzwakte of ICU acquired weakness

ICUAW is de medische term voor de ernstige spierzwakte die bij patiënten kan ontstaan ten gevolge van de kritieke ziekte en de IC-behandeling die nodig was om de patiënt te laten overleven.

IC-verworven spierzwakte komt voor bij:

  • een derde van de beademde patiënten
  • de helft van de sepsispatiënten
  • tot de helft van de patiënten die langer dan een week op de IC liggen

De grootste risicofactoren voor het ontstaan van PICS zijn:

  • zware sedatie, het diep in slaap houden van de patiënt. Sedatie is vaak nodig om de patiënt te kunnen beademen. De patiënt is daardoor die periode niet in staat om zich te bewegen.
  • langdurige bedlegerigheid, waarbij door het ernstig ziek zijn en de sedatie de patiënt lange tijd niet of nauwelijks beweegt.
  • Het optreden van een delier geeft een langere behandelduur op de IC en daardoor meer dagen bedlegerigheid vergeleken met patiënten die geen delier doormaken.
  • sepsis of ernstige infectie
  • multi orgaan falen
  • hypoxie: te lage doorbloeding van de weefstel met zuurstoftekort in de weefsels
  • te hoge of te lage bloedsuikers
  • sommige medicatie

Lees meer

Naast deze risicofactoren draagt ook de verminderde voedingstoestand van de patiënt bij aan de spierzwakte. IC-patiënten verliezen tijdens hun IC-opname vaak tien tot vijftien kilo of zelfs meer aan gewicht, voornamelijk door verlies van spieren.

Daarnaast kunnen ontstekingsstofjes die bij ernstige infecties en bij sepsis in de bloedbaan komen, een ontsteking geven van de binnenwand van de (kleinste) bloedvaatjes. Door de ontsteking zwelt de binnenwand op, er kan minder bloed door. Daardoor kunnen deze kleinste bloedvaatjes niet meer goed zuurstof naar de spieren en zenuwen brengen, waardoor spiervezels en zenuwvezels kunnen afsterven. Dit wordt nog eens versterkt het optreden van mini bloedpropjes (microtrombi), veroorzaakt door de ontstekingsstofjes, die de kleine ontstoken bloedvaatjes verder kunnen afsluiten.

De oorzaak van de spierzwakte kan dus zowel schade aan spiervezels (critical illness myopathie) als schade aan zenuwvezels (critical illness neuropathie) zijn. Vaak is er een combinatie van beiden. Omdat er bij een IC-patiënt moeilijk onderscheid te maken is of er sprake is van een spier of van een zenuwprobleem, wordt tegenwoordig de term ICU-Acquired weakness of IC-verworven spierzwakte gebruikt.

Myopathie, de schade aan de spieren, heeft een betere kans op herstel dan de neuropathie. Spierweefsel zal zich in de loop der tijd (maanden tot jaren) in meer of mindere mate kunnen herstellen. Beschadigd zenuwweefsel heeft die mogelijkheid tot herstel niet.

IC verworven spierzwakte komt vaker voor bij vrouwen dan mannen, mogelijk omdat hun spiermassa kleiner is.

Een nare bijkomstigheid bij de IC-verworven spierzwakte is het akelige gevoel dat veel patiënten in de maanden tot jaren na de IC-opname in hun armen, benen, handen en voeten ervaren. Dit gevoel kan zijn: pijn, prikkels, wormen in je benen, kriebels, pijnscheuten, gevoelloosheid, brandend gevoel, “op watten lopen”, bubbels in je voeten: allemaal uitingen van neuropathie.

Daarnaast ervaren patiënten gevoelens van spierzwakte, ook als de spierkracht objectief gezien weer volledig is teruggekomen. Patiënten voelen daarbij een hevige, soms pijnlijke moeheid in armen en benen en praten over: “het gevoel door mijn benen te zakken, het voelt alsof ik geen botten in mijn benen heb”. Kortom een scala aan onaangename en pijnlijke sensaties, die nadrukkelijk ervaren worden maar binnen het huidige neurologisch onderzoek arsenaal (vooral na verloop van tijd) vaak niet bevestigd kunnen worden en daardoor niet herkend en erkend worden.

De neuropathie komt symmetrisch voor in armen en benen, handen en voeten. Benen en vooral voeten worden meer aangedaan dan de armen en handen, dit komt omdat de zenuwbanen naar de benen en voeten langer zijn dan die naar de armen en daardoor een grote kans op schade hebben. In de loop der tijd kunnen de klachten vervagen, waarbij de benen en voeten trager herstellen dan de armen en handen.

IC-verworven spierzwakte kan het herstelproces van patiënten erg bemoeilijken. De zwakte kan zo ernstig zijn dat een patiënt bij wakker worden zich totaal niet kan bewegen. Bijzonder is dat de gelaatsspieren daarbij niet zijn aangedaan, de patiënt kan dus wel praten, de ogen openen en sluiten en mimiek geven.

Het is een slappe verlamming van armen en benen. Maar ook de ademhalingsspieren, het middenrif (de grootste ademhalingsspier) en de spieren die nodig zijn om te slikken kunnen zijn aangetast. Door de zwakte van het middenrif kan er te weinig kracht worden gezet om te praten en is alleen fluisteren mogelijk. Door de spierzwakte kan ook het ontwennen van de beademing moeizaam verlopen. Wanneer ontwennen van de beademing wel lukt kunnen er gedurende langere tijd (ernstige) benauwdheidsklachten bij inspanning zijn.

IC verworven spierzwakte heeft een behoorlijke impact op de zelfredzaamheid van de patiënt na ontslag. Vaak is hulp nodig bij het eten, wassen, aankleden en douchen. De trap is in het begin een moeilijk te nemen horde. Rollator en rolstoel kunnen gedurende korte of langere tijd nodig zijn, net als een douchekruk en andere hulpmiddelen.

Volledig herstel van een ICUAW is zeker mogelijk, maar dat kan afhankelijk van de ernst van de spierzwakte maanden tot jaren duren en soms blijven er ondanks revalidatie restverschijnselen aanwezig.

IC verworven spierzwakte is nog niet erg bekend binnen onze gezondheidszorg. Dat maakt dat problemen, bijvoorbeeld kortademigheid, niet herkend worden als horend bij de ICUAW. Dat kan leiden tot onnodig onderzoek en verkeerde behandeling, bijvoorbeeld als een hartprobleem als oorzaak voor de kortademigheid wordt vermoed. Omdat het niet herkend wordt, denken de patiënten dat ze niet genoeg hun best doen bij hun revalidatie, of dat het aan hen ligt, zich “aanstellen” terwijl er wel degelijk deze verklaarbare reden is voor de ervaren benauwdheidsklachten, spierzwakte-gevoel of neuropathie.

Klap in

Cognitieve problemen

Na het verlaten van de intensive care kunnen patiënten problemen ervaren met cognitieve functies. Cognitieve functies zijn processen die betrokken zijn bij het opnemen en verwerken van informatie, zoals het geheugen, aandacht, denksnelheid, organiseren en plannen. Cognitieve problemen komen na een IC-opname zowel voor bij jonge én oude patiënten, ongeacht de voorafgaande conditie en ongeacht de reden van opname. De cognitieve problemen kunnen subtiel of heel duidelijk zijn.

Zo kan iemand moeite hebben met het vinden van woorden en het lastig vinden om namen of een boodschappenlijstje te onthouden. Ook kan iemand met cognitieve problemen snel overweldigd raken door drukte, geluid of licht en snel de draad van een gesprek kwijtraken. Ook het uitvoeren van meerdere taken tegelijk – multitasking – kan problemen opleveren. Doordat er daarnaast ook problemen zijn in de ruimtelijke waarneming, kan deelname aan het verkeer in het begin gevaarlijk zijn. De snelheid van andere weggebruikers wordt bijvoorbeeld verkeerd ingeschat of ingewikkelde verkeerssituaties worden niet juist begrepen.

In het begin van de herstelfase hoeven de cognitieve problemen nog niet goed duidelijk te zijn, de patiënt is dan gefocust op zijn fysieke herstel. Wanneer in een latere fase beroep wordt gedaan op denkprocessen, zoals bij het weer oppakken van het huishouden of bij terugkeer naar werk, kunnen de problemen alsnog aan het licht komen.

Lees meer

De precieze oorzaken van cognitieve problemen zijn niet bekend, maar er zijn verschillende zaken die mee kunnen spelen. Zo kan er tijdens het ziekteproces tijdelijk te weinig zuurstof naar de hersenen zijn gegaan. Ook infecties lijken een verband te houden met cognitieve problemen. Kleine bloedklontertjes in de hersenvaten en ontstekingsstofjes kunnen ook in de hersenen zorgen voor een verminderde doorbloeding van het hersenweefsel met schade tot gevolg. Daarnaast is er een flink verhoogd risico als iemand een delier heeft meegemaakt tijdens de intensive care periode. Delirium wordt steeds meer gezien als een uiting van betrokkenheid van het brein bij het algemene ziek zijn en/of infectie. Op die manier draagt een delirium mogelijk bij aan de cognitieve problemen.

Bij sommige patiënten verdwijnen de problemen in de loop van het eerste jaar na ontslag uit het ziekenhuis; anderen herstellen nooit helemaal volledig. Het is mogelijk dat cognitieve problemen ertoe leiden dat een patiënt niet direct weer aan het werk kan, of niet de balans kan vinden bij het uitvoeren van taken die organisatorisch inzicht en concentratie vereisen.

Het is goed te realiseren dat de problemen met het geheugen, aandacht, concentratie en taal schade is die is opgelopen tijdens de IC-periode. Het is schade die waarschijnlijk niet zal toenemen, en die met geheugentraining mogelijk goed behandeld kan worden. Daar moet nog veel onderzoek naar worden gedaan. Patiënten kunnen baat hebben bij cognitieve (computer)spelletjes, (in het begin) makkelijke kruiswoordpuzzels, sudoku, lezen. Ook hier geldt: use it or loose it. Zo vroeg mogelijke cognitieve revalidatie is belangrijk en kan ook zelf worden opgepakt. Klik hier voor meer informatie.

Klap in

Psychische problemen

Angstklachten

Na een intensive care opname kunnen stress, spanning en onrustige, bange gevoelens aan blijven houden. Er kunnen problemen zijn met slapen en concentratie en met een verminderde eetlust. Men is prikkelbaar en geïrriteerd en er zijn angstige en bange gevoelens als aan de intensive care of het ziekenhuis wordt gedacht. Deze angstige gevoelens kunnen het dagelijks leven flink overheersen. Ook naasten kunnen last hebben van angstklachten. Overleg dit altijd tijdens het consult op de ic-nazorgpoli of met de huisarts. Angstklachten zijn goed te behandelen.

Depressie

Depressie na een IC-opname komt bij ongeveer 35 procent van de IC-patiënten voor en kan lang aanhouden. Na de intensive care opname kan een patiënt last houden van stemmingswisselingen, zoals de ene dag opgewekt en de volgende dag ‘down’ zijn: irritaties, snel huilen, lusteloosheid, verdriet, ongeduldig of gespannen. Schuldgevoel over de impact van de doorgemaakte ziekte op de andere gezinsleden, kan een rol spelen

Stemmingswisselingen na een ernstige of langdurige ziekte is normaal. Als het herstel lang duurt en er onzekerheid is over de toekomst, kan de downstemming de overhand krijgen. Dit kan ontmoedigend werken en leiden tot nog meer neerslachtige gevoelens.

Ook kan het frustreren dat de fysieke kracht en belastbaarheid de ene dag anders is dan de andere. Het kost echter tijd om geestelijk en lichamelijk te herstellen. Het is dan ook belangrijk om dit te erkennen, te accepteren en te kijken naar wat er al wel bereikt is.

Als sombere klachten lang aanhouden of erger worden en het dagelijks leven gaan beheersen, is het verstandig hulp te vragen. Er is dan wellicht sprake van een depressie. Bij voormalig IC-patiënten spelen de lichamelijke onmogelijkheden een belangrijke rol bij deze depressieve stemming. Een goed revalidatieprogramma om weer in zo goed mogelijke lichamelijke conditie te komen is daarom even belangrijk als methoden om de depressie te behandelen. Overleg dit op de ic-nazorgpoli of bespreek dit met de huisarts.

Posttraumatische stressstoornis

De periode na de intensive care-opname kan de patiënt problemen hebben met inslapen of doorslapen. Er zijn flash backs en heftige schrikreacties en hij kan last hebben van nachtmerries en ‘onjuiste’ herinneringen over de intensive care-opname, vooral als er hij een delier heeft doorgemaakt. Herinneringen aan de ziekteperiode, ic-opname en geluiden kunnen intense gevoelens met heftige fysieke of emotionele reacties opwekken: transpireren, hartkloppingen, huilbuien en paniek.

De eerste periode na de intensive care kan dit nog normaal zijn, maar als deze symptomen na een paar weken nog steeds aanwezig zijn, kan er sprake zijn van een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Patiënten met PTSS vermijden daarom situaties die gedachten aan de opname oproepen en praten liever niet over hun verblijf op de intensive care. PTSS kennen we van soldaten die traumatische oorlogssituaties meemaken. PTSS na een ic-opname komt echter veel vaker voor. PTSS en depressie komen vaak samen voor. PTSS is goed te behandelen: hoe eerder hoe beter. Het is dan ook belangrijk deze PTSS gevoelens te herkennen en bij u zelf te erkennen en daarvoor hulp te zoeken bij uw huisarts of bij de ic-nazorgpoli.

Lees meer

Citaten patiënt en naaste:

Ik had geen flauw idee wat er gebeurd was. Ik werd wakker, in een waas… wist niet waar ik was… zag aan mijn man dat er iets heel ergs was gebeurd… maar wat? Er is mij verteld dat ik een gebarsten aneurysma had. In de badkamer in elkaar gestort. Drie weken voordat ik bijkwam!! Met de ambulance naar het ziekenhuis, met spoed geopereerd. Twee maal gereanimeerd. Ik zal het allemaal maar geloven. Ik heb het niet meegemaakt. Het belangrijkste is dat ik nog leef.

12 weken later op de post-ic-polikliniek

Patiënte: “Ik voel me best al weer heel prima.”

Partner: “Ze lijkt alles helemaal te ontkennen. Gaat zonder dat te zeggen met de hond wandelen in het bos, zonder mobiel. Ik was helemaal in paniek, dacht dat ze ergens dood lag. Bij elk geluid denk ik dat ik haar weer in de badkamer hoor vallen… ’s nacht komt alles weer terug…wordt wel tien keer wakker om te luisteren of ze nog ademt. Ze vindt dat ik te bezorgd ben, zegt dat ik niet zo bang hoef te zijn. We kunnen er samen niet over praten.

Bij screening blijkt de  partner PTSS te hebben. Hij is doorgestuurd naar de psycholoog voor behandeling.

Klap in

Post Intensive Care Syndroom-familie (PICS-F)

Een levensbedreigende ziekte raakt niet alleen de patiënt, ook de naasten en familie. Door de continue stress of de patiënt wel beter zal worden, de hectische en technische IC-omgeving, de slapeloze nachten, het gereis naar het ziekenhuis en alle bijkomende gevoelens van angst en onzekerheid, staan de naasten flink onder druk. Tijdens de IC-opname moeten zij soms over ingrijpende en overweldigende zaken beslissingen nemen.

Hierdoor kunnen ook naasten psychische problemen ontwikkelen, zoals depressie, angst en PTSS.

Dit komt waarschijnlijk vaker voor dan we denken. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat een derde van de naasten van overlevenden en vijftig procent van de naasten van overleden IC-patiënten depressieve klachten hadden. Zeventig procent ontwikkelde angstsymptomen.
Ongeveer een derde van de familieleden van hadden PTSS symptomen binnen 90 dagen na het ontslag van de patiënt of nadat de patiënt was overleden. Zonder behandeling kunnen deze psychische problemen leiden tot een Post Traumatisch Stress Syndroom en jaren blijven bestaan.

Gestoorde rouwverwerking

Naasten van patiënten die op de intensive care of bij een palliatief beleid op de verpleegafdeling of thuis overlijden, kunnen een gestoorde rouwverwerking krijgen Een normale rouwverwerking kent verschillende fasen: ontkenning, boosheid, het gevecht aangaan, depressie en aanvaarding. Hoe pijnlijk dat proces ook is, na een goed doorlopen rouwverwerking is er berusting over het overlijden van de nabestaande en kan de naaste uiteindelijk weer door met zijn eigen leven. Bij een verstoorde rouwverwerking komt men niet toe aan dit noodzakelijke rouwproces om het overlijden van de dierbare te kunnen aanvaarden. De herinneringen aan de periode op de intensive care, aan de angst en stress, de ernstige ziekte, de pijn en het lijden van de dierbare die uiteindelijk is overleden hebben de overhand boven de dierbare herinneringen aan de naasten en het verdriet dat zo nodig is om het overlijden te kunnen accepteren. Hierdoor kan de naaste niet toekomen aan een normale rouwverwerking en kan hij zelfs gezondheidsproblemen krijgen, als eet- en slaapproblemen, posttraumatische stress en depressie. De huisarts kan je helpen om deze verdrietige en moeilijke situatie het hoofd te bieden. Psychologische hulp kan nodig en helend zijn. Je mag hier actief om vragen als je dit bij jezelf herkent! Want juist naasten van overleden IC-patiënten vallen in de nazorg helemaal tussen wal en schip: de dierbare is overleden en de naaste heeft geen behandelrelatie met de artsen en zorgverleners die bij de IC-opname en het overige ziekteproces betrokken waren.

“Uit de tijd gevallen”

Een opname op de intensive care is voor de patiënt en de naasten/familie zeer emotioneel en ingrijpend. De verwerking van deze stressvolle en intensieve periode kan voor patiënten en naasten na ontslag moeizaam verlopen en zich op twee verschillende niveaus afspelen. Vaak worden patiënten in een kunstmatige slaap gehouden en hebben daardoor geen enkele herinnering aan deze periode: hij is “Uit de tijd gevallen”.

De naasten maken deze periode juist in grote spanning en stress van minuut tot minuut mee, soms dagen, weken of in een enkel geval maanden achter elkaar. Wanneer de patiënt wakker wordt, begint voor hem een periode waarin hij beseft hoe ziek hij is geweest, merkt hij hoe (spier-)zwak hij is en hoort hij over operaties, zware ic-behandelingen en mogelijke complicaties en doemt een leven na de intensive care op dat anders kan zijn dan voorheen. De naaste is op dat moment juist blij en opgelucht dat de patiënt de kritieke ziekte periode heeft doorstaan. Twee heel verschillende en tegengestelde emoties over iets wat samen is meegemaakt.

Daarnaast hebben heel wat patiënten tijdens hun IC-opname last van angstgevoelens en nachtmerries of maken een delier door. Hierdoor kunnen de herinneringen van de intensive care door elkaar heenlopen en zo vreemd lijken dat de patiënt achteraf niet goed durft of kan praten over deze periode. Na ontslag kan dit het functioneren van de patiënt in het dagelijks leven behoorlijk beïnvloeden. Door tijdens de opname op de intensive care als naasten/familie een dagboek bij te houden, kan de patiënt een betere indruk krijgen van wat er zich in het echt allemaal tijdens de IC-opname heeft afgespeeld. De naaste kan de ontbrekende tijd voor de patiënt invullen en de patiënt kan door het samen lezen van het dagboek begrijpen hoe zwaar en stressvol de IC-periode voor de ander moet zijn geweest.

Lees meer

Citaat patiënt twee maanden na de IC-opname

”Mijn hoofd bleef maar malen. Elke nacht werd ik na een paar uur wakker. Lag dan uren te denken aan al die heftige momenten nadat ik wakker was geworden op de intensive care. Samen met mijn vrouw ben ik het dagboekje gaan lezen. We hebben heel wat afgehuild. Wat was ik blij dat zij, en onze kinderen, hadden opgeschreven wat er elke dag gebeurde, hoe ze zich die drie weken voelden. Ik kon gaan begrijpen wat er was gebeurd toen ik beademd werd, mijn vrouw kon over al die spannende, moeilijke dagen vertellen. Dat heeft ons beiden heel erg goed gedaan.”

Veel IC-afdelingen reiken daarom speciale IC-dagboekjes uit. Hierin kan familie, soms verpleging, van dag tot dag schrijven wat er gebeurt. Foto’s kunnen heel goed helpen om de patiënt later te laten zien hoe ziek hij is geweest en waar en hoe hij op de intensive care heeft gelegen. Het maken van een IC-dagboek is voor zowel de patiënt als de naaste een heel goede en effectieve manier om te kunnen dealen met deze heftige periode in het leven van allen. Het lezen van het dagboek en het samen praten daarover hoeft niet direct na thuiskomst, maar kan heel goed op een later moment wanneer de patiënt meer hersteld is en men er samen aan toe is.

Over dit onderwerp is in 2012 een Kruispuntdocumentaire gemaakt: “Uit de tijd gevallen”.

Klap in

Bijna-doodervaringen

Sommige patiënten ervaren tijdens hun ernstig ziek zijn iets dat (soms letterlijk) ‘uitstijgt’ boven hun aardse leven. Het kan een heel helder beeld zijn, een ontmoeting of zelfs een zogenaamde ‘uittredingservaring’, waarbij ze zichzelf zien, liggend op een bed.

De cardioloog Pim van Lommel heeft er tien jaar geleden als eerste een boek over geschreven. Hij heeft daarin verhalen opgetekend van mensen bij wie het hart  gestopt was, maar die toch precies konden vertellen wat er met hen gebeurd was – zonder dit nog van anderen te hebben gehoord. In hetzelfde boek legt hij ook uit dat een bijna-doodervaring (BDE) niet alleen kan voorkomen bij een hartstilstand, maar ook kan optreden in andere situaties waarin mensen in ernstig lichamelijk of emotioneel gevaar verkeren.

Een BDE heeft op betrokkenen doorgaans een overweldigende impact. Juist daarom is het vaak moeilijk hierover te communiceren met anderen. De patiënt die iets dergelijks overkomt, kan zich dan ook erg eenzaam voelen met zijn verhaal. Het leven kan erdoor veranderen; alles komt na een BDE namelijk in een ander perspectief te staan. Dat kan positief zijn, bijvoorbeeld omdat andere zaken plotseling belangrijker gaan worden, angst voor de dood verdwijnt, iemand zich over bepaalde zaken niet meer druk maakt, enzovoorts. Maar voor veel mensen is het (eerst) ook een worsteling tussen ‘daar’ en ‘hier’, een gevecht tussen heimwee en schuldgevoel; niet weten wat ze in dit leven aan moeten met zo’n bijzondere ervaring. Erover praten of schrijven kan dan een belangrijke uitlaatklep zijn, net als het vinden van herkenning in een boek over dit onderwerp, bijvoorbeeld in Voorbij Vandaag.

Verrijking?

Sommige patiënten vragen zich af of er een verrijking te vinden is in de IC-ervaringen. Dit gebeurt bijna nooit onmiddellijk, eerder na enkele maanden tot een jaar. Of en welke verrijking er gevonden wordt, kan van persoon tot persoon verschillen.

Iets ingrijpends als een IC-ervaring meemaken, kan ervoor zorgen dat patiënten op een andere manier naar het leven gaan kijken. Het plotseling geconfronteerd worden met je eigen sterfelijkheid, raakt een mens vaak diep in zijn wezen en kan het leven zoals het was, ineens in een volslagen ander perspectief zetten.

Mensen zijn van nature zingevende wezens. Dat wil zeggen dat ze graag een betekenis toekennen aan de dingen die gebeuren. Op het moment dat er grote wijzigingen in een leven voorvallen, valt soms de betekenis die altijd aan het leven werd toegekend ook weg. Er moet als het ware een nieuwe betekenis gevonden worden. Dat kan soms bijna vanzelf gaan, maar het kan ook erg verwarrend zijn en ervaren worden als een grote worsteling. Lichamelijke en psychische effecten van het verblijf op de intensive care kunnen enerzijds zorgen voor een gevoel dat het leven kwalitatief minder goed is dan het eerder was, terwijl anderzijds soms ook het gevoel groeit iets ‘erbij te hebben gekregen’; iets dat er misschien voor zorgt bewuster in het leven te staan en meer bewustzijn over de kwetsbaarheid ervan. Sommigen noemen dit een verrijking, omdat ze na een dergelijke ervaring meer of intenser gaan genieten van het leven.

Welke betekenis al dan niet aan de intensive care-ervaring en het leven daarna wordt gegeven, het is belangrijk om te weten dat dit iets heel persoonlijks is. Niemand kan voor een ander bepalen hoe het voor die specifieke persoon moet zijn. Of het een verrijking is (of juist niet), is iets wat iedereen voor zichzelf bepaalt.

Back To Top