skip to Main Content

Er zijn ontelbaar veel aandoeningen waarvoor een patiënt op de intensive care kan worden opgenomen.  Vaak zijn er meerdere problemen tegelijk. Ondersteuning of het overnemen van belangrijke lichaamsfunctie is nodig om de patiënt door de kritieke fase heen te helpen. Hieronder volgen enkele veel voorkomende redenen voor opname op de IC.

Hersenaandoeningen

Er zijn verschillende aandoeningen van de hersenen en het zenuwstelsel waarvoor opname op de intensive care nodig kan zijn.

Subarachnoïdale bloeding (SAB)

Subarachnoïdale bloedingen zijn bloedingen in of rond de hersenen onder één van de hersenvliezen: het spinnenwebvlies of het arachnoïdea. In Nederland komt dit jaarlijks bij ongeveer 1.500 patiënten voor.

Het gaat daarbij om relatief jonge patiënten, waarbij vrouwen aanzienlijk vaker worden getroffen dan mannen.

Oorzaak

Meestal treden subarachnoïdale bloedingen op vanuit een vaatverwijding (aneurysma) van een van de slagaders in de schedel die de hersenen van bloed voorzien. De oorzaak van een spontane SAB is in 85% van de gevallen een gescheurd (geruptureerd) aneurysma.

Een subarachnoïdale bloeding kan ook uit een afwijkende kluwen bloedvaten, een zogenaamde arterioveneuze malformatie (AVM).

Vroeger dacht men dat aneurysmata aangeboren waren, maar nu weten we dat deze zwakke plekken in de vaten in de loop van het leven ontstaan. Risicofactoren voor het ontstaan van deze aneurysmata zijn hypertensie (hoge bloeddruk), roken, polycysteuze nierziekten, meerdere familieleden met een subarachnoïdale bloeding en vaatverkalking.

Lees meer

Symptomen

  • Zeer acute, zeer hevige hoofdpijn.
  • Misselijkheid, braken.
  • Verminderd bewustzijn of bewusteloosheid.
  • Uitvalsverschijnselen.
  • Nekstijfheid (de kin kan niet op de borst worden gelegd)
  • Blazende ademhaling.
  • Soms scheefstand van de mond

Behandeling

In Nederland zijn er een aantal gespecialiseerde neurologische centra waar patiënten met een SAB ten gevolge van een gescheurd aneurysma kunnen worden geopereerd.

Behandelmethoden zijn het “coilen” en het “clippen”.

Bij coilen wordt het gescheurde aneurysma dichtgemaakt door middel van platina spiraaltjes. Hierbij wordt een vaatkatheter (slangetje) in de liesslagader ingebracht en onder doorlichting naar het begin van het aneurysma geschoven. Via deze katheter worden de spiraaltjes in het aneurysma gebracht. De spiraaltje krullen in het aneurysma op en vullen de holte van het aneurysma geheel. Hierdoor wordt het aneurysma helemaal gesloten van de bloedaanvoer en kan niet meer opnieuw gaan bloeden.

Coilen heeft de voorkeur boven het uitschakelen van het aneurysma door clipping’. Voor clippen is een operatie nodig waarbij een luikje in het schedeldak wordt gemaakt. Door dit luikje heen kan het aneurysma rechtstreeks met een klemmetje worden afgesloten.

Behandeling van het aneurysma dient om een nieuwe bloeding uit hetzelfde aneurysma, een zogenaamde ‘rebleed’, te voorkomen, maar kan de schade die is ontstaan door de bloeding niet herstellen. Het risico van een rebleed is vooral de eerste dagen na de bloeding groot.

Behandeling van een subarachoïdale bloeding vindt bij voorkeur plaats in een gespecialiseerd neurologisch centrum.

Ongeveer een derde deel van de patiënten met een SAB overlijdt, een derde deel houdt blijvende schade over en een derde deel van de SAB-patiënten zal geheel kunnen herstellen. De patiënt wordt na de coiling of clipping een tijd op de intensive care opgenomen.

Op lange termijn kunnen patiënten verlammingen of spraakstoornissen overhouden als gevolg van de bloeding of door later ontstane vaatkrampen. Sommige patiënten houden hoofdpijnklachten en kunnen er (lichte) geheugen- en concentratiestoornis en een verandering van karakter aan overhouden.

Klap in

Hersentumoren

Elk jaar wordt er bij 1.000 tot 1.500 mensen in Nederland de diagnose van een kwaadaardige primaire hersentumor gesteld.

Hersentumoren worden verdeeld in:

  • primaire tumoren: de tumor ontstaat in het hersenweefsel zelf
  • secundaire tumoren: uitzaaiingen of metastasen van een kwaadaardig gezwel elders in het lichaam.
  • De hypofyse is een klein kliertje ter grootte van een erwt dat zich aan de onderkant van de hersenen bevindt. Het produceert veel belangrijke hormonen. Hypofysetumoren zijn meestal goedaardig en ontstaan in een holte in de schedelbasis. Ze kunnen verwijderd worden via een operatie door de neus.

Deze patiënten worden doorgaans niet op de IC opgenomen tenzij er een complicatie optreedt tijdens of na de operatie.

Lees meer

Symptomen

Door het groeien van de tumor ontstaat er een verhoogde druk in de schedel (intracraniële druk) en dat veroorzaakt hoofdpijn, die eerst af en toe aanwezig is, maar later erger wordt en er de hele tijd is. Op momenten van drukverhoging, zoals bij hoesten, niezen en persen verergeren de klachten. Soms is een epileptische aanval (insult) het eerste symptoom van een hersentumor.

Wanneer de tumor groeit, kunnen er afhankelijk van de plaats van de tumor, meer verschijnselen optreden. Dit komt omdat de tumor het omliggende hersenweefsel beschadigt. Klachten kunnen zijn: krachtverlies in arm of been, minder goed zien, duizeligheid en problemen met het evenwicht. Daarnaast kunnen er problemen optreden met zien en horen, praten en slikken. Ook gedragsveranderingen en verwardheid kunnen optreden bij een hersentumor.

Behandeling

De meeste hersentumoren worden operatief verwijderd. Als de tumor aan de buitenzijde van de hersenen ligt, kan de tumor vaak in zijn geheel verwijderd worden. Maar soms is de tumor moeilijk bereikbaar of ligt het te dicht bij belangrijke structuren en kan de tumor niet (in zijn geheel) worden verwijderd.

Sommige tumoren kunnen ook met medicatie of met bestraling behandeld worden. Operaties voor hersentumoren vinden in gespecialiseerde centra plaats. Na de operatie wordt de patiënt (meestal kort) op de intensive care opgenomen.

Klap in

Meningitis of hersenvliesontsteking

Per jaar krijgen tussen de 4-6 per 100.000 inwoners een bacteriële meningitis, ofwel hersenvliesontsteking. Er zijn drie hersenvliezen, van binnen naar buiten: het zachte hersenvlies dit ligt direct om de hersenen, het spinnenwebvlies (arachnoidea) en het harde hersenvlies. De hersenvliezen dienen ter bescherming van de hersenen.

Bij meningitis zijn zowel het spinnenwebvlies (arachnoïdea) als het hersenvocht (liquor) in de vochtruimte tussen spinnenwebvlies en hersenen ontstoken.

Door introductie van nieuwe vaccins, zoals voor de meningokok C, is het aantal gevallen van bacteriële meningitis de laatste jaren gedaald. De recente opkomst van  de meningokok type W in ons land maakt duidelijk dat meningitis een zeer ernstige ziekte is, met een aanzienlijke kans op overlijden of op blijvende schade.

Oorzaak

Hersenvliesontsteking wordt meestal veroorzaakt door een bacterie, maar kan ook door een virus veroorzaakt worden. Bacteriële hersenvliesontsteking verloopt vaak ernstiger dan een virale en heeft een grote kans op blijvende schade en op overlijden. De meeste hersenvliesontstekingen ontstaan buiten het ziekenhuis, maar het kan ook ontstaan na een operatie aan het hoofd, de rug of na een ongeluk waarbij een schedelbasis fractuur is opgelopen. Er ontstaat dan een verbinding tussen “buiten” en de hersenvliezen en hersenvocht, waardoor bacteriën naar binnen kunnen komen en een ontsteking kunnen veroorzaken.

Lees meer

Symptomen

Hoge koorts, toenemende hoofdpijn, nekstijfheid en verwardheid zijn belangrijke symptomen. Nekstijfheid, waarbij de kin niet op de borst gebracht kan worden, is typerend voor meningitis. De ziekte begint vaak als een griep, een oorontsteking of verkoudheid die echter niet binnen een paar dagen beter wordt. Meningitis is niet altijd gemakkelijk te herkennen, omdat de nekstijfheid soms ontbreekt of de ziekte soms langzaam begint. Ook kunnen er epileptische aanvallen optreden en kunnen er herseninfarcten of uitval van zenuwen ontstaan, met doofheid, niet goed kunnen zien of praten en verlammingsverschijnselen kunnen ontstaan. Sommige vormen van bacteriële meningitis kunnen overgaan in een sepsis, waarbij de patiënt nog zieker wordt en waarbij puntvormige, niet wegdrukbare bloedinkjes in de huid kunnen ontstaan. De meningokokken bacterie is daar een gevreesd voorbeeld van. Er is dan een verlaagd bewustzijn en er kan orgaanfalen ontstaan met een grote kans op een snel overlijden. Bij hen die overleven kan er grote schade aan de ledematen, vingers en tenen ontstaan en kan er andere blijvende restschade optreden.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld op basis van de anamnese, waarbij nekstijfheid een alarmsignaal is. Door middel van een lumbaalpunctie wordt hersenvocht afgenomen. Bij een lumbaalpunctie wordt tussen de ruggenwervels door met een naald hersenvocht afgenomen. Bij meningitis zijn er ontstekingscellen en bacteriën in het hersenvocht waardoor dit troebel wordt. Door het kweken van het hersenvocht kan bepaald worden wat de veroorzaker van de meningitis is. Dat is belangrijk om zo gericht mogelijk de juiste antibiotica te kunnen geven. Soms is het niet mogelijk om een lumbaal punctie te doen, bijvoorbeeld bij het gebruik van bloedverdunners. Dan worden er meerdere antibiotica toegediend.

Behandeling

Meningitis is een ernstige ziekte waarbij zo snel mogelijk gestart moet worden met antibiotica. Patiënten die naast de meningitis ook tekenen van een sepsis dan wel een ernstig verlaagd bewustzijn hebben, worden op de intensive care opgenomen. Daar worden de falende orgaansystemen verder ondersteund met bijvoorbeeld beademing, dialyse of medicatie.

Behandeling van epileptische aanvallen en ondersteuning van de ademhaling bij uitputten en het ingrijpen bij verslikken zijn ook redenen voor IC-opname.

Prognose

Als een hersenvliesontsteking niet behandeld wordt is de sterftekans 100%. Daarom is het snel stellen van de diagnose en het snel starten met de antibioticabehandeling zeer belangrijk.

Een deel van de patiënten zal langdurig klachten overhouden: verminderd geheugen, problemen met zien, horen, lopen en concentratiestoornissen.

Besmettelijk

Veel bacteriesoorten die meningitis veroorzaken komen vaak voor in de mond-neus- en keelholte en worden via druppeltjes naar anderen overgedragen. Meestal blijft het hierna bij een verkoudheid. Maar door nog onopgehelderde redenen kan iemand een meningitis krijgen. Wanneer iemand buiten het ziekenhuis een meningitis heeft opgelopen, wordt hij voor de zekerheid 24 uur in quarantaine verpleegd. Na 24 uur antibioticatoediening zijn alle besmettelijke bacteriën dood en kan de isolatie gestopt worden.

Wanneer de hersenvliesontsteking wordt veroorzaakt door de meningokok kan het zijn dat ook andere mensen besmet zijn. Daarom krijgen degenen die in de week voorafgaande aan het optreden van de meningitis bij de patiënt nauw contact met hem hadden, een antibioticumkuur voorgeschreven. Onder nauw contact wordt verstaan: wonen in het zelfde huis of een of meerdere dagen ten minste vier uur intensief contact, zoals in dezelfde ruimte zijn.

Klap in

Het Guillain-Barré syndroom

Het Guillain-Barré syndroom (GBS) is een acute neurologische ziekte die meestal na een ‘gewone’ infectie van de bovenste luchtwegen of diarree ontstaat. GBS komt zowel bij mannen als vrouwen voor en op alle leeftijden, ook bij kinderen. De ziekte komt in Nederland jaarlijks bij twee- tot driehonderd mensen voor. In 2013 werden 86 patiënten met Guillain Barré op de IC opgenomen.

Symptomen

GBS openbaart zich door snel progressief opstijgende, symmetrische spierzwakte. Deze begint meestal in de benen en breidt zich uit naar de armen, vaak ook naar de gelaatsspieren, de oogspieren en zelfs de ademhalingsspieren. De ziekte gaat gepaard met gevoelsstoornissen en pijn. Bij de ernstigste vorm treedt er een volledige verlamming op. De ademhalingspieren vallen dan helemaal uit, waardoor de patiënt aan de beademing moet worden gelegd. Beademingsbehoefte komt bij ongeveer 25 % van de patiënten voor. Daarnaast kunnen er problemen zijn met het hartritme en bloeddruk.

Lees meer

Guillan Barré kent drie fasen:

  1. Het optreden van de uitval van de zenuwfuncties met stoornissen in gevoel en spierkracht
  2. Een stabiele periode: er komen geen problemen bij, maar de situatie verbetert ook niet
  3. De herstelfase.

Alle drie de fasen kunnen lang duren. Dat betekent dat de periode vanaf de eerste symptomen tot het einde van de revalidatie een paar weken tot 2 jaar kan duren.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld op het klinische beeld en de anamnese (het verhaal dat de patiënt vertelt over de klachten). Onderzoek van hersenvocht en neurologisch onderzoek van de spieren kunnen de diagnose bevestigen.

Behandeling

Voor Guillain Barré is er geen behandeling om te genezen zoals antibiotica bij infectieziekten. Bij ernstige vormen worden via het infuus antistoffen toegediend, waarmee de achteruitgang kan worden geremd. Behandeling bestaat voornamelijk uit het ondersteunen en het zo nodig overnemen van de lichaamsfuncties die uit vallen. Bijvoorbeeld van de ademhaling, het hoesten en slikken en het bewegen van de armen en benen. Niet alleen de patiënt, maar zeker ook de naasten, krijgen in de alle fasen van de ziekte begeleiding om met deze ziekte om te gaan.

Prognose

De zenuwuitval, de gevoelsstoornissen en pijn kunnen volledig herstellen. Maar het kan ook zijn dat een deel van de klachten blijven bestaan. Het is van te voren niet aan te geven welke patiënten geheel zullen herstellen en wie niet. Het herstel kan lang duren, van enkele weken tot maanden of jaren.

Bijkomend probleem van patiënten met GBS die lang op de IC liggen is het optreden van het Post Intensive Care Syndroom. Dit kan ook optreden bij naasten.

Klap in

Neurotrauma

Een neurotrauma is een hersenbeschadiging ten gevolge van een kracht tegen het hoofd. Dit kan optreden na bijvoorbeeld een verkeersongeluk, een val op het hoofd, een klap op het hoofd, of een zwaar voorwerp dat het op hoofd valt. Een neurotrauma kan ook in het ruggenmerg plaatsvinden, of in een combinatie van hersenen en ruggenmerg. Patiënten met een neurotrauma vormen één van de jongste patiëntengroepen op de intensive care.

Er zijn verschillende soorten neurotrauma, die soms tegelijkertijd kunnen optreden:

  • Hersenschudding (commotio cerebri).
    Dit is een milde vorm van neurotrauma. Kort na het ongeluk zijn mensen suf, hebben geen herinnering wat er gebeurd is en zijn even niet aanspreekbaar. Klachten bij een commotio kunnen zijn: hoofdpijn, misselijk, braken en duizeligheid. Bij neurologisch onderzoek zijn er geen tekenen van hersenschade, ook niet op de CT-scan of MRI.
  • Hersenkneuzing (contusio cerebri).
    Bij een hersenkneuzing is er beschadiging opgetreden van hersenweefsel, met kleine bloedinkje en schade aan de zenuwuitlopers, de axonen, die de informatie tussen de hersencellen overbrengen. Het heeft ook wel diffuse axonale schade (DAI). Hersenkneuzingen kunnen afhankelijk van het ongeval in alle delen van de hersenen voorkomen. Een kneuzing van het voorste deel van de hersenen kan karakterveranderingen en onrust veroorzaken. Een kneuzing van de hersenstam kan een verlaagd bewustzijn, sufheid of coma geven.
  • Hersenbloeding
    Door het trauma is er een bloeding in het hersenweefsel ontstaan. Dit is goed te zien op een CT-scan. Ook hier zijn de symptomen afhankelijk van de plek waar de bloeding zich bevindt.

Lees meer

  • Herseninfarct
    Bij een herseninfarct is er door zuurstoftekort hersenschade ontstaan. Zuurstoftekort kan optreden doordat een bloedvat in de hersenen beschadigd wordt, het achterliggende deel krijgt dan geen zuurstoftoevoer meer via het bloed. Het kan ook optreden door een bloeding of zwelling in een ander deel van de hersenen, waardoor bloedvaten in het niet aangedane deel dichtgedrukt . Hierdoor ontstaat ook een gebrek aan zuurstof in dat deel van de hersenen. Klachten en symptomen hangen af van de plek waar het herseninfarct zich bevindt. Een herseninfarct is goed zichtbaar op de CT, maar de afwijkingen worden pas na enkele uren zichtbaar.
  • Epiduraal hematoom (hematoom= bloeding)
    Er zijn drie hersenvliezen, van binnen naar buiten: het zachte hersenvlies (pia mater, ligt direct om de hersenen), het spinnenwebvlies (arachnoidea) en het harde hersenvlies (dura mater). De hersenvliezen dienen ter bescherming van de hersenen.
    Bij een epiduraal hematoom ligt de bloeding tussen het schedelbot en het harde hersenvlies, de dura mater. Het ontstaat door dat een bloedvat tussen de hersenvliezen beschadigd is. Klachten en symptomen zijn afhankelijk van de plek waar het epidurale hematoom zich bevindt, maar deze hoeven niet direct op te vallen. Wanneer een beschadigd bloedvat sijpelt, kan het even duren voordat het hematoom klachten veroorzaakt. Een epiduraal hematoom is goed te zien op een CT scan.
  • Traumatische subarachnoïdale bloeding.
    Hierbij wordt de bloeding veroorzaakt door het hersentrauma. Lees verder bij: subarachnoïdale bloeding.

De ernst van een neurotrauma wordt zo snel mogelijk in kaart gebracht, in de ambulance en in het ziekenhuis. Hersenletsel wordt ingedeeld in drie categoriën: mild, matig en ernstig.

Hierbij wordt gebruik gemaakt van de Glasgow Coma Scale, waarbij de patiënt “gescored” wordt op

  1. Ogen openen (hoe wakker is de patiënt, hoe vlot worden de ogen geopend)
  2. Motoriek (mogelijkheid om te bewegen)
  3. Verbale reacties (spraak)

De Glasgow Coma Scale wordt ook wel EMV genoemd: Eye opening, best Motor response, best Verbal response.

Bij een mild trauma ligt de EMV tussen 13 en 15, de prognose is hier over het algemeen goed; bij een matig ernstig hersentrauma tussen 9 en 12. Bij een ernstig neurotrauma is de score kleiner dan 8, de prognose ziet er vaak slechter uit. Zeer ernstig letsel kan coma of overlijden tot gevolg hebben.

Bijkomende problemen

Bij een hersentrauma is er vaak meer schade dan aan de hersenen alleen. Daardoor is het in het begin moeilijk aan te geven hoe het beloop zal zijn en of en hoe de patiënt kan herstellen. Vaak is er niet alleen een trauma van de hersenen, maar is er bijkomend letsel aan bijvoorbeeld botten, longen of in de buik en er kunnen wonden en bloedingen zijn. Dit kan een breed scala aan problemen geven, zoals shock bij ernstig bloedverlies waardoor er bijkomend zuurstof tekort in de hersenen kan optreden. Mogelijk zijn er (spoed)operaties voor nodig, waarvoor er narcose gegeven moet worden. Het is dan na de operatie niet goed te beoordelen waardoor de patiënt nog bewusteloos is.

Een bekend bijkomend probleem bij een neurotrauma is het optreden van zwelling in de hersenen als reactie op de schade in de hersenen door het trauma. Deze zwelling is niet direct aanwezig maar kan in de loop van uren of dagen ontstaan. De zwelling kan maken dat het onbeschadigde hersenweefsel opzij wordt gedrukt, zodat ook daar schade optreedt, met bloedingen, epileptische insulten of een herseninfarct tot gevolg. In de uren en dagen na het hersentrauma zal dit duidelijk gaan worden.

Hersenschade kan ook gevolgen hebben voor de bloeddrukregulatie, het hartritme, de ademhaling en de motoriek. Al deze functies worden vanuit de hersenen aangestuurd. De ernst van het neurotrauma, het beloop in de eerste dagen en het wel of niet aanwezig zijn van bijkomend letsel op andere plekken, maakt dat een neurotrauma vooral in de eerste dagen of weken een ongewisse uitkomst heeft. Bij een mild trauma kunnen patiënten (bijna) volledig herstellen, bij matig of ernstig neurotrauma kunnen er (een scala aan) problemen blijven bestaan. De hersenschade kan ook zo ernstig zijn dat de patiënt blijvend in coma blijft of daar dood aan zal gaan.

Behandeling

De behandeling van een neurotrauma op de intensive care bestaat uit drie onderdelen

  1. Operatie
  • Wanneer er een epidurale bloeding of subdurale bloeding is kan er besloten worden deze operatief te verwijderen.
  • Wanneer een ernstige zwelling aan één zijde van de hersenen niet goed reageert op medicijnen om deze zwelling te verminderen, dan kan een deel van het schedelbot worden verwijderd om de druk in de hersenen niet te hoog te laten oplopen. Dit heet een hemicraniëctomie.
  1. Intensieve bewaking om later optredende complicaties snel te kunnen behandelen.
    Patiënten met een ernstig hersenletsel worden in een kunstmatig coma gehouden. Daarvoor worden hoge doseringen slaapmiddel en pijnstillende medicijnen gegeven. Daarnaast worden zo stabiel mogelijke lichaamsfuncties na gestreefd: bloeddruk, hoeveelheid vocht en zouten in het lichaam, bloedsuiker en de hoeveelheid voeding worden zo optimaal mogelijk gereguleerd. De patiënt wordt in de meeste gevallen beademd, om de zuurstofvoorziening in het lichaam zo goed mogelijk te houden.
  1. Voorkomen of beperken van bijkomende schade.
    Het is heel belangrijk om nauwkeurig in de gaten te houden of de druk in het hoofd niet te hoog wordt. Als er als gevolg van het neurotrauma een zwelling optreedt, dan heeft deze door het harde bot van de schedel niet genoeg ruimte. Er treedt een verhoogde druk in de hersenen op. De zwelling drukt daarbij het omliggende, niet beschadigde hersenweefsel tegen het harde bot aan, wat opnieuw schade geeft. Daarom wordt via een drukmeter de druk in de hersenen gemeten (Intra Cranial Pressure, ICP-meter). De IPC-meter wordt door de schedel heen in de hersenen geplaatst. Wanneer de druk te hoog is kunnen er medicijnen worden toegediend om de hersendruk te verlaten. Als dat niet genoeg helpt, kan worden besloten een deel van het schedelbot te verwijderen.

Klap in

Cerebrovasculair accident (CVA)

Een CVA wordt ook wel beroerte genoemd. Het is een acute aandoening doordat er een plotselinge verstoring van de doorbloeding van de hersenen optreedt.

We verdelen CVA’s in:

Herseninfarcten. Deze ontstaan door een afsluiting van een bloedvat, bijvoorbeeld door een stolsel. Hierdoor krijgt een deel van de hersenen geen zuurstof. Daardoor ontstaan uitvalsverschijnselen, zoals een scheve mond of verlamde arm. Een herseninfarct kan plotseling ontstaan. Als de bloedtoevoer zich herstelt door een snelle behandeling in het ziekenhuis met medicatie die het stolsel oplost kunnen de uitvalsverschijnselen (deels) weer verdwijnen. Bij te late behandeling of bij een groot herseninfarct is de kans op herstel veel kleiner.

Hersenbloedingen. Bij een hersenbloeding scheurt een bloedvat in de hersenen. Het bloed uit de vaten komt in de hersenen terecht en veroorzaakt schade aan het omliggende hersenweefsel. Een langdurig hoge bloeddruk is vaak de oorzaak van een hersenbloeding. De meest voorkomende symptomen van een hersenbloeding zijn verlammingen in het gezicht, zoals een scheve mond, maar ook verward spreken en denken, verlammingen of tintelingen aan arm of been en verlies van gezichtsvermogen. Het is van belang dat er zo snel mogelijk behandeld wordt. Hoe langer de hersenbloeding duurt, hoe meer hersenweefsel beschadigd raakt.

Waarschijnlijk krijgen in Nederland ongeveer 40.000 mensen per jaar een CVA.

Lees meer

Symptomen

De symptomen van een nieuw CVA kunnen zeer uiteenlopen, afhankelijk van de plaats en grootte van het gebied in de hersenen dat is aangedaan. Veel voorkomende problemen zijn:

  • verlamming van één helft van het lichaam
  • problemen met het zien en/of
  • problemen met de spraak. Dat kan een probleem zijn
    • met spraak- en begripsproblemen door aantasting van het taalgevoel, dit heet afasie.
    • door uitval van de mond- en keelspieren, dit heet dysartrhie.
  • Problemen met geheugen en concentratie, epileptische aanvallen of duizeligheid en een verstoord evenwicht.

Behandeling

Het is belangrijk dat de behandeling voor het CVA zo snel mogelijk gestart wordt, bij voorkeur op  de “stroke unit”, waar de acute opvang plaatsvindt. Bij een herseninfarct is het zaak het stolsel zo snel mogelijk op te lossen, dit heet trombolyse.

Hierna zal de patiënt op de IC worden opgenomen om die ondersteuning van de belangrijke lichaamsfuncties te geven die bij deze patiënt op dit moment nodig is.

Klap in

Infectieziekten

Longontsteking of Community acquired pneumonia (CAP)

De longen zijn belangrijke organen in ons lichaam: ze zorgen voor de zuurstofvoorziening van ons lichaam. De longen scheiden ook het koolzuur (CO2) uit dat door het bloed uit de weefsels wordt gehaald. Belangrijk voor het uitwisselen van zuurstof naar het bloed en voor de opname van koolzuur uit de weefsels zijn de longblaasjes. De longblaasjes komen voor in trosjes die een hele dunne wand hebben waar een uitgebreid netwerk van kleine bloedvaatjes overheen loopt. Op deze plek gaan de kleinste uitlopers van de slagaders over in de kleinste adertjes en vindt de gasuitwisseling tussen longen en bloed plaats.

Lees meer

Een longontsteking ontstaat als de longblaasjes en het dichtbijgelegen weefsel geïnfecteerd raken met een bacterie, virus of schimmel. Er zijn vele bacteriën en virussen die een longontsteking kunnen veroorzaken. De pneumokok, een bacterie, is de meest bekende verwekker. Maar ook een verkeerde reactie op medicijnen of ingeademde stoffen kunnen een longontsteking veroorzaken. Dat is veel zeldzamer.

Bij ‘community acquired pneumonia’ (CAP) wordt een longontsteking opgelopen in de dagelijkse omgeving. Bij ‘hospital acquired pneumonia’ (HAP) is dat in het ziekenhuis. In dat laatste geval is iemand dan al verzwakt, waardoor het doorademen en het hoesten niet zo goed gaat. Daardoor kan een virus, bacterie of schimmel makkelijker een infectie veroorzaken.

Een longontsteking kan in één long optreden, of in twee longen – in het laatste geval is sprake van een dubbele longontsteking. Per jaar krijgen ruim 125.000 mensen een longontsteking. Als gevolg van de ontsteking in de longblaasjes en het omliggende weefsel krijgt de patiënt hoge koorts (of juist ondertemperatuur) en spierpijn, hij is kortademig en heeft een snelle, oppervlakkige ademhaling. Ook gaat hij hoesten, waarbij groen of geel sputum – slijm vermengd met speeksel – opgehoest kan worden; het sputum kan ook bloederig zijn. Op de plek in de long waar de ontsteking zit, is zuurstof opname en koolzuur uitscheiding niet meer mogelijk.

Soms wordt de patiënt zo ziek dat hij wordt opgenomen in het ziekenhuis, soms is zelfs op de IC nodig. In 2017 waren dat in Nederland 3500 patiënten.

IC opname is nodig wanneer de patiënt zo uitgeput raakt dat hij niet goed meer door kan ademen of kan hoesten, wanneer zuurstoftekort in het bloed ontstaat of het lichaam het koolzuur niet meer kwijt kan. Ook volgt IC-opname als de longontsteking gecompliceerd wordt door een sepsis. De patiënt moet in deze gevallen extra zuurstof krijgen toegediend of beademd worden. Daarvoor is opname op de intensive care noodzakelijk. Het doel van de beademing is het effectiever toedienen van zuurstof, hulp om het koolzuur kwijt te raken, het open krijgen van meer longblaasjes en het ontlasten van de ademhalingsspieren waardoor het ademhalen minder kracht kost. Vaak moet ook de bloedsomloop worden ondersteund met medicatie.

Bij opname in het ziekenhuis worden er per infuus een breed werkend of verschillende soorten antibiotica toegediend, totdat uit de kweek van het sputum (slijm) duidelijk is welke bacterie de verwekker is. Dan kan overgegaan worden op het antibioticum dat gericht is op die bacterie. Soms wordt er echter geen verwekker gevonden en wordt er door behandeld met de combinatie van antibiotica. Antibiotica helpen alleen tegen bacteriën, niet tegen virussen of schimmels die ook een pneumonie kunnen veroorzaken.

Soms reageert het lichaam heel heftig op de ontsteking in de longen. Dat kan zo heftig zijn dat er verschillende andere organen zoals nieren en lever gaan uitvallen en de patiënt een sepsis ontwikkelt. De patiënt krijgt een lage bloeddruk, er is minder urineproductie, de patiënt krijgt een warme, rode huid en raakt verward of zelfs in coma. Dit is een zeer ernstig ziektebeeld! Er zijn dan vele ondersteunende maatregelen voor de verschillende organen nodig.

Longontsteking is een ernstige aandoening waaraan nog steeds mensen overlijden, zeker als de ontsteking heel ernstig is en iemand op de intensive care behandeld moet worden. Vooral mensen die zwak of oud zijn, een verminderde weerstand hebben of al worden behandeld voor een andere longziekte zijn erg kwetsbaar. Patiënten met een longontsteking worden gemiddeld twee maal zo lang beademd als andere IC-patiënten.

Klap in

Sepsis

Een sepsis is een levensbedreigende ontstekingsreactie in het gehele lichaam als reactie op een infectie en kan leiden tot beschadiging van eigen lichaamsweefsel, orgaan falen en de dood.

Sepsis kan ontstaan als bacteriën, virussen, parasieten (bijvoorbeeld malaria), gisten (candida) of schimmels in de bloedbaan terechtkomen. De oorzaak kan ook zijn dat de schadelijke stoffen die zij produceren, de toxinen, in de bloedbaan terechtkomen. Sepsis veroorzaakt door een bacterie komt het meest voor, infecties in de longen, urinewegen en de buik leiden het vaakst tot een sepsis. Patiënten bij wie het afweersysteem minder goed werkt door bijvoorbeeld chemotherapie of medicatie, of die een onderliggende ziekte hebben, krijgen makkelijker infecties en daardoor sneller een sepsis. Ook na grote operaties of bij langdurige behandeling via een infuus is de kans op sepsis groter.

Normaal gezien is ons immuunsysteem in staat om deze ziektekiemen te bestrijden. Maar door redenen die door de wetenschappers nog niet goed begrepen worden, kan het immuunsysteem soms doorschieten met deze afweermechanismes tegen ziektekiemen. Er ontstaan diverse problemen waardoor organen beschadigd raken en kunnen uitvallen. Sepsis kan overgaan in septische shock; er ontstaat een levensbedreigende situatie.

Symptomen

Belangrijke symptomen van sepsis zijn bloeddrukdaling, hoge koorts en koude rillingen. Er is een snelle hartslag en een snelle, moeizame ademhaling. Er kan zeer heftige (spier)pijn zijn en een groot lichamelijk onbehagen. De patiënt is suf en slaperig en kan verward zijn. De patiënt is ernstig ziek en snel ingrijpen is nodig.

Lees meer

Naast deze symptomen zijn er ziekteverschijnselen die bij een bepaalde infectie horen, bijvoorbeeld hoesten bij een longontsteking, pijn in de zij een nierbekkenontsteking of tekenen van een wondinfectie. Bij jonge kinderen, ouderen en mensen met een zwak immuunsysteem zijn er niet altijd symptomen aanwezig die wijzen op een specifieke infectie en kan het zelfs zo zijn dat de lichaamstemperatuur normaal of laag is in plaats van hoog.

Bij een septische shock wordt de bloeddruk zo laag dat er niet genoeg bloed door het lichaam gepompt kan worden om de belangrijke lichaamsfuncties in stand te houden. Er ontstaat multi-orgaan falen waarbij er problemen zijn met de ademhaling. De nieren en lever functioneren minder of stoppen met hun werking. Er kunnen stollingsproblemen ontstaan die tot onbeheersbare bloedingen kunnen leiden. De patiënt is verward en/of zijn aandacht is moeilijk vast te houden: dit zijn uitingen van een delier. Soms kan de patiënt het bewustzijn verliezen. Bij oudere mensen komt dit het vaakst voor.

Een bekend voorbeeld van een vorm van bloedvergiftiging is de meningokokkensepsis. Dat betekent dat de sepsis is ontstaan door de meningokokkenbacterie die hersenvliesontsteking of meningitis veroorzaakt. Deze ziekte kan zo snel verlopen dat de patiënt op het moment van het stellen van de diagnose soms al niet meer te redden is.

Behandeling

De behandeling van sepsis is complex en richt zich zowel op de infectie en als op het verbeteren van het zuurstofaanbod en de doorbloeding van de organen.

Als de infectie wordt veroorzaakt door een bacterie wordt die behandeld met antibiotica via een infuus. Sepsis veroorzaakt door een virus, parasiet of schimmel wordt behandeld met medicatie die dáár tegen gericht is. Soms is een operatie nodig, bijvoorbeeld bij een wondinfectie, om het ontstoken weefsel te verwijderen.

De patiënt krijgt zuurstof toegediend via een neusbrilletje of een masker, maar het kan ook nodig zijn om hem onder narcose te brengen en te beademen via een buis in de luchtpijp. Via een infuus wordt vocht toegediend. Bij multi-orgaan falen zullen er nog meer maatregelen genomen moeten worden, bijvoorbeeld dialyse als de nieren uitvallen.

In 2017 werden ruim 4300 mensen met sepsis op de intensive care opgenomen. De kans op overlijden bedraagt tussen de 30 een 40 procent. Sepsis is de belangrijkste oorzaak van overlijden op de intensive care.

Klap in

Influenza of griep

Bij griep raakt het slijmvlies in de luchtwegen ontstoken door besmetting met het influenzavirus. De symptomen komen vaak zeer plotseling op. Hieronder vallen hoofdpijn, koude rillingen, hoofd- en keelpijn, droge hoest, heftige spierpijn, vermoeidheid en een koorts die binnen 12 uur op kan lopen tot 39°C en hoger.

Griep houdt doorgaans drie tot vijf dagen aan en volledig herstel kan één tot drie weken duren. Doorgaans geeft de griep geen ernstig ziektebeeld, maar vooral bij ouderen of bij mensen met een chronische aandoening kunnen levensbedreigende complicaties optreden die een IC-opname noodzakelijk maken. Soms gebeurt dit echter ook bij gezonde, jonge mensen. De levensbedreigende complicaties zijn óf het optreden van een bacteriële longontsteking in de door het griepvirus makkelijker doordringbare slijmvliezen in de luchtwegen. Of er treedt als complicatie sepsis en septische shock op. In al deze gevallen is de patiënt levensbedreigend ziek. Beademing, antibiotica voor eventueel bijkomende infecties en vele ondersteunende behandelingen moeten worden ingezet om de patiënt door deze kritieke periode heen te helpen.

Necrotiserende fasciitis

Necrotiserende fasciitis is een relatief zeldzame aandoening. Het is een acute, snel ernstig wordende infectie van de weefsels onder de huid. Het kan veroorzaakt worden door verschillende bacteriën, waarvan de Streptococcus pyogenes, ook wel bekend als de ‘vleesetende bacterie’ de meest bekende is. De infectie begint meestal bij een wond(-je), maar de patiënt heeft veel meer pijn dan de grootte van de wond of de zichtbare infectie doet vermoeden. Patiënten krijgen meestal last van hoge koorts, misselijkheid, diarree, overgeven en hevige pijn. Het geïnfecteerde gebied verandert van rood, paars, bruin naar zwart. Uiteindelijke is er sprake van necrose: hierbij sterft het weefsel af. Dit weefsel moet operatief worden verwijderd, waarvoor vaak meerdere operaties nodig zijn en vaak veel weefsel moet worden verwijderd. IC-behandeling is nodig voor intensieve antibioticabehandeling en ondersteuning van ademhaling en circulatie en andere orgaanfuncties.

De bacteriën kunnen giftige stofjes, toxinen, produceren die sepsis en septische shock kunnen veroorzaken, waarbij multi-orgaanfalen optreedt en de patiënt kan komen te overlijden.

Hartaandoeningen

Hartstilstand met reanimatie buiten het ziekenhuis

Bij een hartstilstand is er iets mis met het elektrische systeem van het hart. Daardoor ontstaat er een hartritmestoornis waardoor het hart geen bloed meer rond kan pompen. De zuurstofvoorziening naar alle weefsels stopt daardoor. De patiënt raakt bewusteloos en ademt niet meer of niet normaal. Onbehandeld kan dit in korte tijd tot de dood leiden.

Een reanimatie is het weer op gang brengen van de bloedsoploop wanneer er een hartstilstand plaatsvindt. Een hartstilstand vindt meestal in de eigen (woon)omgeving plaats. Wil de patiënt de hartstilstand overleven, dan moet onmiddellijk met reanimatie gestart worden. Met hartmassage en mond op mond beademing wordt de bloedsomloop en de zuurstofvoorziening van het bloed weer op gang gebracht. Soms is een schok met een AED nodig, een automatische externe defibrillator. Dit heet defibrillatie en is nodig als kamerfibrilleren de oorzaak is van een hartstilstand. Hierbij trekt het hart niet meer ritmisch samen, maar kunnen de hartkamers alleen nog maar heel erg snel trillen, waardoor er geen bloed meer kan worden rond gepompt.

Lees meer

Kamerfibrilleren wordt vaak veroorzaakt door een afsluiting van de kransslagaders van het hart. Hierdoor ontstaat een hartinfarct. Andere oorzaken van een hartstilstand kunnen zijn: zuurstofgebrek door verstikking of verdrinking, zeer ernstige bloedingen, onderkoeling of een longembolie (bloedstolsels in de longvaten).

Wanneer de reanimatie slaagt zijn de pompfunctie en de bloedsomloop weer op gang gekomen. De patiënt wordt met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht en via de SEH op de IC opgenomen. In 2017 werden na een reanimatie buiten het ziekenhuis in ons land ongeveer 2260 mensen op de intensive care opgenomen.

Door de hartstilstand is het bewustzijn vaak verstoord omdat er gedurende de tijd dat het hart niet werkte er te weinig bloed met zuurstof naar de hersenen is gegaan. Het is afwachten of er hersenschade is ontstaan en hoe erg dat is. Deze hersenschade heet post-anoxische encephalopathie. Op de IC is het zaak om alle lichaamsfuncties zo stabiel mogelijk te houden en eventuele verdere schade te beperken. Daarom wordt het lichaam gekoeld met koeldekens. Tijdens het koelen krijgt de patiënt slaapmedicatie. Tijdens het koelen heeft het lichaam minder zuurstof behoefte dan bij een normale lichaamstemperatuur. Op deze manier kan de schade aan de hersenen worden beperkt.

Naast het koelen wordt er beademd en is er ondersteuning van de bloedsomloop met medicatie nodig. Wanneer er een oorzaak is voor de hartstilstand, bijvoorbeeld verstopte kransslagaderen, moet de patiënt gedotterd worden.

Klap in

Post-anoxische encephalopathie

Postanoxische encephalopathie is een vorm van hersenbeschadiging die is ontstaan door zuurstoftekort van de hersenen, bijvoorbeeld na een reanimatie bij een hartstilstand, door verdrinking of door verstikking. Het is een aandoening waarbij elke uitkomst mogelijk is. De patiënt kan uit zijn coma ontwaken met meer of minder blijvende klachten en handicaps, maar hij kan ook niet meer wakker worden of al op de intensive care komen te overlijden.

Heel bepalend voor de ernst van de hersenschade en daarmee de kans op herstel, is de tijd dat de hersenen te weinig zuurstof hebben gekregen. Maar ook eerder doorgemaakte ziekten, de leeftijd, de conditie voor het optreden van het zuurstoftekort en het optreden van eventuele complicaties tijdens de behandeling zijn bepalend voor de kans op herstel.

Er zijn verschillende methoden om te bepalen hoe ernstig de hersenbeschadiging na zuurstoftekort is.

  1. Onderzoek van de hersenfuncties tijdens lichamelijk onderzoek (lichamelijk onderzoek)
  2. Onderzoek van de zenuwfunctie in de dagen na het ongeluk of de reanimatie (SSEP)
  3. Het beloop in de tijd

Lichamelijk onderzoek

Hierbij wordt gekeken naar:

  • de reactie van de pupillen op licht
  • beweging van de armen op pijnprikkels, bijvoorbeeld duwen met een hard voorwerp op de nagel
  • tekenen van bewustzijn, zoals het grijpen naar de beademingsbuis of wegduwen van de hand waarmee een pijnprikkel wordt gegeven.

Lees meer

SSEP of somato-sensorische evoked potentials

Een tweede onderzoek dat wordt uitgevoerd als de patiënt niet uit zijn coma ontwaakt, is de SSEP-test. Hierbij worden er kleine elektrische stroompjes op de arm gegeven. Via een EEG, een hersenfilmpje, wordt gekeken of er op die prikkels reactie optreedt in de hersenen. Als er geen enkele reactie wordt gezien is met zekerheid vast te stellen dat de patiënt niet meer wakker zal worden en zal komen te overlijden.

Als er wel een reactie in de hersenen wordt gezien kan niet worden voorspeld of er herstel van bewustzijn zal zijn en zal de ontwikkeling in de tijd hier pas meer duidelijkheid over geven.

Met de SEPP test kan je een belangrijk onderschei maken tussen patiënten bij wie je moet afwachten op herstel en patiënten die geen kans meer hebben op herstel.

Klap in

Aneurysma van de aorta

De aorta is de grote lichaamsslagader, het grootste en belangrijkste bloedvat in ons lichaam. De aorta loopt van de linker hartkamer door de buik naar omlaag. Daar vertakt hij zich in de twee grote beenvaten. In de buik komen uit de aorta naar links en rechts de twee slagaders die naar beide nieren gaan (de nierarteriën). De aorta vervoert zuurstofrijk bloed via allerlei vertakkingen naar alle weefsels in ons hele lichaam.

Een aneurysma is een plaatselijke verwijding of uitstulping aan de wand van een slagader. Aneurysma’s kunnen op verschillende plekken in het lichaam ontstaan, zoals in de hersenen of in de kransslagaderen. Als de verwijding toeneemt, wordt de wand van de slagader steeds dunner en kan de slagader scheuren. Dan ontstaat er een ernstige, acute, levensbedreigende bloeding. Een aneurysma van de aorta, de lichaamsslagader, geeft lang geen klachten. Meestal wordt een aneurysma dan ook bij toeval ontdekt óf op het moment dat het aneurysma scheurt en de patiënt in kritieke toestand belandt.

Lees meer

Een aneurysma van de aorta ontstaat vaker bij mensen met een hoge bloeddruk, bij aderverkalking en/of roken. Het komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen en bij oudere mensen. Er bestaan enkele erfelijke ziekten, zoals het Syndroom van Marfan, een bindweefselafwijking waarbij makkelijker aneurysma’s ontstaan. Soms ontstaat een aneurysma door een (schimmel)infectie of na een ongeval.

Wanneer een aneurysma tijdig ontdekt wordt, wordt de patiënt geopereerd. In het aneurysma wordt een vaatprothese, een stent, geplaatst. Het bloed stroomt dan via dit buisje. De ruimte rondom de stent vult zich met stolsels. Omdat er ook geen druk meer staat op de wand van het aneurysma kan de wand ook niet meer barsten. De operatie kent enkele risico’s en de patiënt wordt daarom meestal pas geopereerd als de kans op het scheuren van de vaatwand een groter risico vormt dan de kans op complicaties bij operatie. Na de operatie wordt de patiënt op de intensive care bewaakt.

Als een aneurysma barst krijgt de patiënt acute pijn in de buik of in de rug, hij voelt zich erg ziek, transpireert en is duizelig. Hij ziet bleek en kan in shock raken. Er is een spoedoperatie nodig.

Er zijn twee soorten operaties:

Endovasculaire plaatsing van een stent

De meest gebruikte operatie is de plaatsing van een buisje (stent) via een bloedvat. Via een snede in de lies wordt via de liesslagader een flexibele draad met de stent opgevoerd tot de hoogte van het aneurysma. Via röntgendoorlichting wordt de stent op de goede plek geopend. De stent heeft een soort gaaswerk in zich wat boven en onder het aneurysma tegen de wand klemt waardoor de stent vast blijft zitten. Wanneer men dit doet bij een aneurysma onder het middenrif dan heet dat een EVAR. Boven het middenrif noemt men dit een TEVAR (thoracale endovasculaire aneurysma reparatie).

Operatie

De stent kan ook worden geplaatst via het openen van de buik. De vaatchirurg kan het aneurysma van de aorta dan zien (open procedure). De aan­- en afvoertakken boven en onder de zwakke plek worden tijdelijk afgeklemd. Via een snee wordt de stent in het aneurysma geplaatst en vastgehecht.

Bij voorkeur wordt via de lies een stent geplaatst. Dit kan alleen als het aneurysma op een plek zit waar dit kan. Ook moet er genoeg tijd zijn om een CT scan te maken van het (gescheurde) aneurysma zodat de chirurg kan beoordelen of dit technisch mogelijk is. De wonden zijn bij het plaatsen via de lies veel kleiner, waardoor het herstel veel vlotter zal zijn met een kleinere kans op complicaties.

Klap in

Aortadissectie

Een aortadissectie is een aandoening waarbij in de binnenwand van de aorta een scheur ontstaat waardoor zich bloed tussen de binnen- en buitenwand ophoopt. Hierdoor worden de lagen van elkaar gespleten, het bloed gaat in de ruimte die hierdoor ontstaat stromen. Deze ruimte, het valse lumen genaamd, kan zich steeds verder uitbreiden. Doordat de buitenwand van het valse lumen heel dun is, kan dat gaan scheuren. Een aortadissectie kan plots optreden en geeft een acute en heftige pijn in de hartstreek of tussen de schouderbladen. Het is levensbedreigend vanwege het gevaar van een scheur van de aorta of onvoldoende doorbloeding van andere organen. Aortadissectie is een zeldzame aandoening en vraagt een snelle operatieve behandeling in een groot hartcentrum of academisch ziekenhuis.

Acute pancreatitis of alvleesklierontsteking

De alvleesklier of pancreas ligt in de linkerbovenhoek van de buik, net onder de ribbenkast, onder en achter de maag in de bocht van het eerste stukje van de dunne darm (duodenum). De lever en galblaas liggen aan de rechterzijde van de bovenbuik.

De alvleesklier heeft 2 belangrijke functies:

  • De productie van spijsverteringsenzymen. Deze enzymen zitten in het pancreassap dat door de alvleesklier geproduceerd wordt. Het pancreassap wordt via kleine afvoerbuisjes, die samen komen in de grote pancreasbuis, afgevoerd naar de twaalfvingerige darm. Vlak voordat de pancreasbuis in de twaalfvingerige darm uitkomt, komt deze samen met de galafvoergang. Per dag wordt ruim een liter pancreassap geproduceerd. In het sap zitten enzymen die eiwitten, vetten en suikers in het voedsel afbreken in zo’n kleine stukjes dat ze via de darmwand in het bloed kunnen worden opgenomen.
  • De productie van hormonen om de suikerhuishouding te regelen. Deze hormonen worden geproduceerd in de Eilandjes van Langerhans, dit is het klierweefsel in de alvleesklier dat insuline en glucagon produceert. Deze hormonen komen direct in het bloed terecht.

Bij een acute pancreatitis is het weefsel van de alvleesklier ontstoken. Het ontstoken pancreasweefsel kan gaan lekken, waardoor de spijsverteringsenzymen in de alvleesklier terecht komen in plaats van in de dunne darm. De spijsverteringsenzymen werken nu in op het pancreasweefsel zelf, dit raakt ontstoken en raakt beschadigd. De patiënt heeft zeer veel pijn in de buik, is misselijk, moet braken, heeft een versnelde ademhaling en heeft koorts. Karakteristiek voor de pijn is dat de patiënt de neiging heeft om voorovergebogen te gaan zitten met de knieën op de borst. De pijn kan uitstralen naar de rug, linkerzij en linkerschouder.

Lees meer

Een acute pancreatitis verloopt meestal mild en is, na wegnemen van de oorzaak, in enkele weken genezen. Bij 1 op de 5 patiënten ontstaat er echter een ernstige alvleesklierontsteking. De ontsteking is zo ernstig dat een deel van de alvleesklier afsterft (necrose). De patiënt is ernstig ziek, er kan een te lage bloeddruk ontstaan, problemen met de ademhaling en uitval van organen. Dan volgt opname op de Intensive Care.

Oorzaken

De meest voorkomende oorzaken zijn:

  • Galstenen (40%)
  • Overmatig alcoholgebruik (30%)
  • Onbekende oorzaak (20%). Dit wordt een idiopathische pancreatitis genoemd.

In de resterende 10% van de gevallen kan de ontsteking van de alvleesklier het gevolg zijn van bijvoorbeeld een ongeval of operatie, een tumor in of in de buurt van de alvleesklier, de bof of als complicatie van een onderzoek naar galstenen.

Alcohol prikkelt het weefsel van de alvleesklier direct, wat tot (ernstige) ontstekingsreacties kan leiden.

Galstenen kunnen de galgangen blokkeren die door de alvleesklier lopen. Dit geeft druk en ontsteking in en rondom de afgesloten galgangen. Door de ontsteking ontstaat er ook een zwelling in en rond de alvleesklier waardoor ook de organen in de buurt geprikkeld worden. De twaalfvingerige darm kan worden dichtgedrukt waardoor de maag niet goed meer kan leeglopen. Ook kan er een ileus ontstaan: het geheel stilvallen van alle darmen.

Als bij een ernstige ontsteking een deel van de alvleesklier afsterft (necrose), kan dat gebied makkelijker geïnfecteerd raken met een bacterie. Maar ook kan er sepsis ontstaan, een ernstige algemene ontstekingsreactie met shock, bedreiging van de ademhaling en uitval van de nierfunctie.

In een latere fase kan een met vocht gevulde ruimte ontstaan (pseudocyste) die soms klachten blijft geven zoals misselijkheid door druk tegen de maag.

Behandeling

Op de IC wordt de patiënt behandeld met alle ondersteunende maatregelen die nodig zijn. Ook moet de oorzaak van de ontsteking worden weggenomen.

Bij galstenen wordt na herstel een operatie gepland om de galblaas te verwijderen om te voorkomen dat het nog een keer gebeurt. Vaak wordt dat via een ERCP gedaan, een onderzoek waarbij een slangetje via de mond naar de uitgang van de galgang in de dunne darm wordt gebracht. Daardoor kunnen de galwegen die door de alvleesklier loopt bekeken worden en de daar aanwezige galstenen verwijderd.

Klap in

Back To Top