In maart 2026 lag ik opnieuw in het ziekenhuis met een sepsis. Het woord alleen al sneed dwars door alles heen, maar op het moment zelf voelde ik vooral ongeloof. Toen de huisarts zei dat mijn nierfunctie zó slecht was dat ik direct opgenomen moest worden, dacht ik nog: het zal wel meevallen. Een soort automatische hoop, misschien ook ontkenning. Iets in mij wilde niet wéér geloven dat mijn lichaam zo in de problemen zat.
Maar toen de triageverpleegkundige zei: “Start sepsisprotocol”, kantelde de werkelijkheid. We zeiden nog steeds tegen elkaar dat het vast mee zou vallen, maar onder die woorden kroop de paniek omhoog. Niet weer. Niet nóg een sepsis. Want tien jaar geleden lag ik drie maanden op de Intensive Care. Drie maanden waarin mijn lichaam vocht, maar mijn vertrouwen in datzelfde lichaam langzaam afbrokkelde.
En nu lag ik daar opnieuw. Een heropname. Een déjà vu dat niemand wil meemaken. Onzekerheid. Angst. De vraag: hoe gaat mijn lijf reageren? En misschien nog pijnlijker: hoe gaan mijn kinderen reageren? En mijn omgeving?

Een heropname na een langdurige IC-periode is geen gewone opname. Het is een terugkeer naar een plek waar je ooit bijna bent kwijtgeraakt wie je was. Het brengt herinneringen mee die je niet hebt uitgenodigd. Flashbacks die je overvallen. Geuren, geluiden, woorden die je terugwerpen in een tijd die je liever achter slot en grendel had gelaten. En als het ziektebeeld dan ook nog eens lijkt op toen, wordt het heftig. Heel heftig.
Gelukkig liep het dit keer anders. Geen IC. Geen weken aan slangen, piepjes en onzekerheid. Dankzij het snelle handelen van de spoedeisende hulp, het adequaat diagnosticeren en behandelen, bleef het bij een ‘gewone’ opname. Maar dat betekent niet dat het daarmee klaar was.
De nasleep kwam in golven. Meerdere antibioticakuren. Drie weken plat op bed. Spierzwakte. Een conditie die in elkaar zakte als nat papier. Herbelevingen die je niet kunt wegduwen.
De impact van een IC-opname blijft in je lijf, in je zenuwstelsel, in je herinneringen. En elke heropname, hoe mild ook in vergelijking, raakt precies die oude littekens. Je voelt opnieuw hoe kwetsbaar je bent. Hoe snel alles kan kantelen. Hoe dun het draadje soms is waaraan je gezondheid hangt.
Maar je voelt ook iets anders: dat je er nog bent. Dat je lichaam, ondanks alles, opnieuw heeft gevochten en heeft overwonnen. Dat je lichaam en je mindset toch wel heel sterk zijn. Dat er mensen waren die snel handelden, die zagen wat er nodig was. Dat je omgeving en je kinderen je nog steeds zien als degene die terugkomt, telkens weer.
Het is zwaar. Het is veel. Maar het is ook een verhaal van opnieuw overleven.
